Het goede nieuws aanbieden — Een aandeel hebben aan de inzameling
1 De opvallende numerieke toename die de laatste jaren over de gehele wereld in de theocratische organisatie te zien is geweest, is voor ons allen een stimulans en aanmoediging geweest. Jehovah vervult stellig zijn belofte dat hij allen die de waarheid liefhebben in zijn aardse organisatie brengt. Hoeveel discipelen heb jij persoonlijk echter onlangs gemaakt? Misschien een paar of helemaal geen. Wanneer wij per slot van rekening het gemiddelde nemen van het aantal personen dat in één jaar in de organisatie komt, zijn het er per gemeente niet zo heel veel. Zelfs dan kan het zijn dat één verkondiger een heel gezin helpt de waarheid te leren kennen zodat slechts één of twee verkondigers in een bepaalde gemeente de vreugde smaken om nieuwe verkondigers voor het eerst in de velddienst mee te nemen. Hoe kunnen de overigen van ons dan een aandeel aan de inzameling hebben?
2 De meesten van ons hebben een aandeel aan het van-huis-tot-huiswerk. Wij doen de diverse lectuuraanbiedingen. Wij verspreiden de tijdschriften. Wij hebben niet alleen lectuur waarin de bijbel wordt verklaard, maar wij hebben ook schriftuurlijke gesprekken. Wij laten een goede indruk achter.
3 Wanneer gezinnen die Getuigen zijn bovendien een goed voorbeeld in christelijk gedrag stellen, wordt dit door de buren opgemerkt. De vader die zich op voortreffelijke wijze van zijn verantwoordelijkheden kwijt, wordt op zijn werelds werk en in de gemeenschap gerespecteerd. Als de moeder ijverig haar plichten in het huisgezin nakomt en als de kinderen zowel thuis als in de omgeving gehoorzaam, liefdevol en ordelievend zijn, komen de buren dit te weten. Dit is een levend getuigenis voor hen.
4 Zo gebeurt het na verloop van tijd dat een verkondiger in de gewone van-huis-tot-huisbediening aan een huis komt en er belangstelling wordt aangetroffen en er een studie begonnen kan worden en er snelle vorderingen worden gemaakt. Aan wie dient de eer hiervoor toe te komen? Zoals wij hebben gezien, hebben in werkelijkheid velen in de gemeente ertoe bijgedragen. En kunnen wij de rol over het hoofd zien die de engelen erin hebben gespeeld? Wie geeft ten slotte in werkelijkheid de wasdom?
5 Dan breekt de tijd aan dat de belangstellende zijn eerste vergadering bezoekt. Dit is een kritiek punt in zijn vooruitgang. Als jij de verkondiger bent die hem naar de Koninkrijkszaal brengt, welke gedachten spelen er dan door jouw geest? Welnu, je hoopt dat velen van de verkondigers daar vroeg zijn zodat je hem vóór de vergadering aan enkelen van hen kunt voorstellen. Je hoopt dat zij allen van hun gewoonlijke vriendelijkheid blijk zullen geven en het niet te druk met andere dingen zullen hebben. Je hoopt dat de broeders en zusters die een toewijzing hebben op de bedieningsschool goed voorbereid zullen zijn en duidelijke, begrijpelijke, enthousiaste lezingen zullen houden. Je hoopt dat de broeders die een aandeel aan de dienstvergadering hebben grondig voorbereid zijn en onderwijzend, nuttig materiaal zullen bieden. Als het de openbare lezing is, hoop je dat de broeder de lezing goed houdt en het beste materiaal biedt en de lezing kalm en op een conversatietoon uitspreekt. Als het de Wachttoren-studie is, hoop je dat de antwoorden van de verkondigers snel zullen komen en hun commentaren verlichtend en opbouwend zullen zijn.
6 Waarom hoop je al deze dingen? Omdat je wilt dat jouw leerling door de verkondigers en het programma geholpen wordt vorderingen te maken. Heb je ooit een vergadering meegemaakt terwijl je wist dat er een nieuweling aanwezig was die naar het programma luisterde? Wat een voldaan gevoel had je wanneer het programma uitstekend was!
7 Wij allen kunnen er dus een aandeel nieuwelingen te helpen. In feite is het een verantwoordelijkheid waaraan wij niet kunnen ontkomen. Wanneer elk lid van de gemeente zijn deel doet, hebben allen een aandeel aan de inzameling.
[Inzet op blz. 4]
Uit bijbelstudies komen nieuwe discipelen voort