Wat doen wij om elkaar te helpen?
1 Een christen te zijn houdt zoals wij allemaal weten meer in dan alleen prediken. Het omvat onder andere ook dat wij liefde voor onze christelijke broeders en zusters tonen. Niet alleen de aangestelde dienaren hebben dit voorrecht. Of wij nu aangestelde dienaren zijn of niet, het feit dat wij ’elkaar liefhebben’ identificeert ons als volgelingen van Jezus (Joh. 13:34, 35). Kunnen wij ieder afzonderlijk onze belangstelling voor onze broeders ’verruimen’? (2 Kor. 6:11-13) Er kan op zoveel terreinen hulp worden geboden.
2 Sommigen hebben hulp nodig om naar de vergaderingen te gaan. Ken jij iemand die deze hulp nodig heeft? Een kringdienaar bericht dat in een bepaalde gemeente slechts een paar verkondigers in het bezit zijn van een auto. Deze paar, die oprechte belangstelling voor de overigen hebben, rijden dikwijls echter vier of vijf keer op en neer om iedereen naar de Koninkrijkszaal te brengen. Het is duidelijk dat zij zich om elkaar bekommeren.
3 Als jouw huisgezin een geregelde gezinsstudie heeft, weet je wat een zegen dat kan zijn! Misschien bereiden jullie gezamenlijk De Wachttoren voor. Het kan echter zijn dat sommige gezinnen die nog maar pas met de gemeente verbonden zijn nog geen geregelde gezinsstudie hebben. Is er zo’n gezin dat je van tijd tot tijd zou kunnen uitnodigen om jouw gezinsstudie bij te wonen? Wij kennen een gezin van zes personen die een jonge broeder in hun midden hebben uitgenodigd wiens ouders zijn geloof niet delen, en elke keer nadat hij bij hen is geweest, spreekt hij er nog dagenlang vol enthousiasme over.
4 Een uitnodiging om aan de dienst deel te nemen, is nog iets wat opbouwt. Als je van plan bent om alleen nabezoeken te gaan brengen, zou jij je dan kunnen ’verruimen’ door misschien van tevoren een andere verkondiger telefonisch uit te nodigen met je mee te gaan? Dit kost slechts een paar minuten. Zelfs als je van plan bent naar een geregelde bijeenkomst voor velddienst te gaan, zou het nuttig kunnen zijn van tevoren met een andere verkondiger contact op te nemen en aan te bieden hem langs te komen halen. Misschien heeft hij alleen maar de aanmoediging nodig en zijn waarderende reactie zal jouw eigen geluk in de dienst verhogen. Een zuster die zelf nog maar een jaar geleden met de dienst is begonnen, heeft bemerkt dat dit zo is. Als zij plannen maakt voor haar dienst neemt zij hier geregeld anderen in op zodat zij elke week met heel wat anderen werkt.
5 Welke hulp kun jij bieden? Vind je het gemakkelijk om tijdschriften te verspreiden? Kun je dan iemand anders meenemen zodat je hem kunt tonen hoe je het doet? Misschien is het je lust en je leven om huisbijbelstudies te leiden. Nodig iemand uit met je mee te gaan en leer die vreugde te delen. Wij hebben niet allemaal dezelfde bekwaamheden, maar wie wij ook zijn, er zijn manieren waarop wij elkaar kunnen helpen. — Rom. 12:6-8.
6 Het feit dat wij persoonlijk in een bepaald opzicht hulp nodig hebben, wil niet zeggen dat wij anderen geen hulp kunnen bieden. Een oudere zuster in Brooklyn bijvoorbeeld vindt het heel moeilijk om te lopen en zij is dankbaar dat een familie uit de buurt haar met de auto meeneemt naar de vergaderingen. Maar zij is ook waakzaam ten aanzien van haar gelegenheden om te helpen. Eén ochtend in de week zorgt zij voor hun kleine jongen, die ziekelijk is, zodat de moeder gemakkelijker aan de velddienst kan deelnemen. Zij nodigt ook bepaalde hard werkende verkondigers uit om bij haar thuis snel een boterham te eten, wetend dat haar voorbereiding hen kan helpen een volle dag in de dienst te besteden.
7 De discipel Jakobus herinnert ons eraan dat de ware aanbidding ook inhoudt dat wij speciale consideratie betonen jegens „wezen en weduwen . . . in hun verdrukking” (Jak. 1:26, 27). Zij die moeilijkheden ondervinden, hebben aanmoediging nodig. Een telefoontje, een kaart of een persoonlijk bezoek wordt op prijs gesteld als men ten gevolge van ziekte aan bed gekluisterd is.
8 Natuurlijk hebben wij het allemaal druk. Ons schema is gewoonlijk druk bezet. Maar onze belangstelling voor elkaar kan in aanzienlijke mate worden getoond door anderen op te nemen in hetgeen wij reeds doen — naar de vergaderingen gaan, aan de velddienst deelnemen en studeren. Ook kan er veel worden gedaan door vóór en na vergaderingen oprechte belangstelling voor anderen te tonen. Andere bezoeken kunnen dikwijls worden gebracht als wij boodschappen gaan doen of op weg naar huis na de dienst. Rijke zegeningen vallen ons ten deel als wij dingen voor elkaar doen. „Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof.” — Gal. 6:10.