Vragenbus
● Wie mogen een aandeel aan het dienstvergaderingsprogramma hebben?
In principe mag elke verkondiger die goed bij de gemeente staat aangeschreven, met inbegrip van jonge kinderen, op een of andere wijze op de dienstvergadering worden gebruikt. Wanneer het er echter om gaat een broeder de leiding te geven over een onderdeel op de dienstvergadering, dan dient de opziener dit slechts aan opgedragen en gedoopte mannen toe te wijzen die als christen een goed voorbeeld stellen („Lamp”-boek, blz. 50, 51, 179, 180). Wanneer er een tekort aan broeders is, kunnen zusters assisteren („Lamp”-boek, blz. 148, 149).
Het is goed om verschillende verkondigers op de dienstvergadering te gebruiken zodat, indien mogelijk, niet voortdurend dezelfden een aandeel aan het programma hebben. Sommige aandelen kunnen wellicht aan een boekstudiedienaar worden toegewezen en hij kan verschillenden van zijn groepje uitkiezen om hem te assisteren, waarbij hij in gedachten houdt de anderen bij toekomstige aandelen te gebruiken. Wanneer er een bereidheid bestaat om gebruikt te worden en er een goede samenwerking is wat het repeteren van demonstraties betreft, worden de vergaderingen zeer onderwijzend en zullen ze soepel verlopen.