Het Woord inplanten
1 Nadat de discipel Jakobus er bij ons op aangedrongen heeft alle zedelijke verdorvenheid weg te doen, zegt hij ons „met zachtaardigheid de inplanting van het woord [te aanvaarden], dat in staat is uw ziel te redden”. En dat willen we doen, niet waar? Wij willen het woord niet alleen kennen, maar het diep in ons laten inplanten. Vervolgens zullen wij doen wat Jakobus verder zegt, door ’daders van het woord te worden en niet alleen hoorders’. Dus het goede nieuws dat wij hebben ontvangen moet dieper gaan dan onze geest. Het moet ons hart bereiken, zodat wij er waardering voor hebben en er in overeenstemming mee handelen. — Jak. 1:21, 22.
2 Wanneer ons hart van het goede nieuws vervuld is, kunnen wij het bij anderen met een ontvankelijk hart inplanten. Wanneer wij vanuit het hart spreken, doen wij dit met enthousiasme en gevoel, zodat onze luisteraars de belangrijkheid van wat wij zeggen, beseffen. Toch zullen we eveneens met zachtaardigheid spreken zodat ook zij geholpen zullen worden ’met zachtaardigheid de inplanting van het woord te aanvaarden’.
3 Die geest troffen wij ook aan op de „Mensen van goede wil”-congressen van de afgelopen zomer, niet waar? En hoe werd ons hart erdoor geroerd! Als gevolg hiervan hebben wij een overvloed aan voortreffelijke inlichtingen die wij kunnen gebruiken om anderen te helpen „de inplanting van het woord” te aanvaarden.
4 Zoals wij uit ervaring weten, worden bij de „inplanting van het woord” gewoonlijk de snelste vorderingen gemaakt wanneer wij geregelde huisbijbelstudies bij geïnteresseerde personen leiden. Het was fantastisch op de congressen te vernemen dat er in april van dit jaar over de gehele wereld 1.279.582 van zulke huisbijbelstudies werden geleid, en de resultaten blijken duidelijk uit de grote toename in het aantal lofprijzers van Jehovah. Deze tak van onze bediening dient nadruk te blijven ontvangen.
5 Het is niet moeilijk om het Waarheid-boek te verspreiden, en wij zullen dit in november opnieuw aanbieden. Maar wij dienen eveneens sterk de nadruk te leggen op het brengen van nabezoeken bij een ieder die het boek neemt, met het oog op het oprichten van huisbijbelstudies. Wanneer je adressen hebt waar je het boek hebt verspreid maar waar je niet bent teruggegaan, dan dringen wij er bij je op aan daar nu terug te gaan, ook al zijn er wellicht een aantal maanden voorbijgegaan. Wanneer je hen bezoekt, leg hun dan zorgvuldig onze gratis zesmaandse bijbelstudieregeling uit, en demonstreer het, indien mogelijk, en begin met het eerste hoofdstuk. Op deze wijze kun je hen helpen Jehovah te leren kennen, de waarheid uit zijn Woord te vernemen en bevrijd te worden van Babylon de Grote nu daar nog tijd voor is.
6 Wij willen er ook mee voortgaan de studies op een progressieve wijze te bedienen. Leer de geïnteresseerde persoon vanaf het eerste begin zich op de les voor te bereiden. Moedig hem aan andere publikaties te lezen. Nodig hen uit voor de vergaderingen. Indien zij binnen zes maanden geen positieve stappen doen om in overeenstemming met wat zij leren, te handelen, dan zullen wij die tijd gebruiken om anderen te helpen. Maar wanneer zij reageren, zullen wij hen, zelfs na de doop, met plezier en op geduldige wijze helpen rijpe dienstknechten van Jehovah te worden.
7 Met een hart dat door Gods Woord wordt bewogen, zullen wij ijverig met ons werk voort blijven gaan en ’de God van liefde en van vrede zal met ons zijn’. — 2 Kor. 13:11.
[Inzet op blz. 4]
Het woord inplanten door een bijbelstudie