Het goede nieuws aanbieden — Hen dichterbij brengen
1 Hoevelen hebben in jouw gemeente de Gedachtenisviering op 22 maart bezocht? Wellicht zal het het grootste aantal zijn dat ooit werd bereikt. Vorig jaar waren er in Nederland 30.851 aanwezigen, vergeleken met 17.405 die in april 1969 verkondigden. Dit betekent zo’n 77 percent boven het verkondigersaantal. Indien wij dit jaar dezelfde verhouding hebben, is het duidelijk dat er geweldige mogelijkheden voor groei bestaan. De vraag is: Wat kunnen wij doen om deze nieuwelingen te helpen dichter tot Jehovah te komen? — Jes. 55:6; Jak. 4:8.
2 Sommigen die de Gedachtenisviering voor de eerste keer bezoeken, behoeven alleen maar uitgenodigd te worden voor de andere vergaderingen en ze komen, zoals in het geval van een geïnteresseerde vrouw in Anguilla (Yearbook 1969). Zoals je echter weet, hebben de meeste mensen meer bezoeken nodig ten einde door middel van de vergaderingen dichter tot Jehovah te komen. Het zou goed zijn als een ieder van ons in gedachten zou houden wie hij op de Gedachtenisviering heeft ontmoet en die nu geen vergaderingen bezoeken of geen studie hebben. Wij hebben daar kennis gemaakt en het allerbeste is dus om, terwijl deze speciale gebeurtenis nog vers in het geheugen ligt, een vriendelijk bezoek bij hen te brengen en hen tot studie aan te moedigen, of op zijn minst tot het bezoeken van andere vergaderingen. Misschien heb je wel iemand ontmoet die vroeger wel op de vergaderingen kwam, maar nu niet meer. Wat een vreugde zal het voor je zijn hem na het Avondmaal op te zoeken.
3 Het is ook waar dat velen die aanwezig zijn, personen zijn bij wie bijbelstudies worden geleid, maar heel velen zullen misschien alleen maar abonnees op de tijdschriften zijn, inactieven of misschien personen die hebben gereageerd op de uitnodiging in De Wachttoren van 15 maart. Zulke personen zouden beslist door een bijbelstudie geholpen worden. Je kent degenen die je persoonlijk hebt uitgenodigd en je weet waar zij wonen, dus je kunt hen nabezoeken en zien hoe het met hen gaat sinds de Gedachtenisviering (Yearbook 1969, Palau, par. 2). Misschien zullen zij nu je uitnodiging om te studeren, aanvaarden. Zelfs jullie, jonge bedienaren, kunnen hierbij helpen door op jullie van-huis-tot-huisrapporten na te gaan wie De Wachttoren van 15 maart hebben genomen en hen na te bezoeken. Of zij nu aanwezig waren of niet, je zult in de gelegenheid zijn een verder getuigenis te geven en hun te laten weten dat zij welkom zijn op andere vergaderingen in de Koninkrijkszaal.
4 De dienaren kunnen hier heel veel toe bijdragen door het voorbeeld te stellen in het nabezoeken van geïnteresseerde personen en door anderen eraan te herinneren op de belangstelling die door de Gedachtenisviering is opgewekt, voort te bouwen. Wij geloven dat je het ermee eens zult zijn dat het een grote hulp op al onze nabezoeken zal zijn wanneer wij hen nabezoeken terwijl de belangstelling nog warm is, in het bijzonder in de tijd van de Gedachtenisviering.
5 Jezus toonde zijn liefdevolle bezorgdheid voor met schapen te vergelijken personen door hen in één kudde bijeen te brengen. Wij willen zijn voorbeeld volgen en zijn gebod opvolgen om de „schapen” te weiden, door ons ervan te vergewissen dat er niemand afdwaalt, dat er niemand is die geen herder heeft of die de behulpzame zorg van een Koninkrijksverkondiger mist (Joh. 21:15-17). Wij zien naar Jehovah op voor zegen naarmate wij proberen alle geïnteresseerde personen die de Gedachtenisviering bijwonen dichter tot Jehovah te brengen.