Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w96 15/2 blz. 30
  • Vrede verwerven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vrede verwerven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
w96 15/2 blz. 30

Vrede verwerven

JEHOVAH is de God van vrede (1 Korinthiërs 14:33) en de Bron van vrede (Numeri 6:26). Vrede is namelijk een vrucht van zijn geest (Galaten 5:22). Op grond hiervan is ware vrede alleen te vinden onder degenen die zich in vrede met God verheugen. Ernstige overtredingen schaden de verhouding waarin iemand tot God staat en bewerkstelligen dat zijn innerlijke rust verstoord wordt. De psalmist zei: „Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde” (Psalm 38:3). Wie vrede zoeken en die nastreven, moeten zich derhalve ’afkeren van wat slecht is en doen wat goed is’ (Psalm 34:14). Zonder rechtvaardigheid kan er geen vrede zijn (Psalm 72:3; 85:10). Daarom kunnen de goddelozen geen vrede hebben (Jesaja 48:22; 57:21). Vrede is daarentegen het bezit van degenen die Jehovah volledig zijn toegewijd, zijn wet liefhebben (Psalm 119:165) en acht slaan op zijn geboden. — Jesaja 48:18.

Toen Christus Jezus op aarde was, verheugden noch de natuurlijke joden noch de niet-joden zich in vrede met Jehovah God. Daar de joden Gods wet hadden overtreden, waren zij onder de vloek der Wet gekomen (Galaten 3:12, 13). En de niet-joden, die van Gods verbond uitgesloten waren, hadden „geen hoop en [waren] zonder God in de wereld” (Efeziërs 2:12). Door bemiddeling van Christus Jezus ontvingen beide volken echter de gelegenheid in een vredige verhouding met God te komen. Hiernaar werd vooruitgewezen in de aankondiging die bij Jezus’ geboorte door engelen aan herders werd gedaan: „Op aarde vrede onder mensen van goede wil.” — Lukas 2:14.

De vredesboodschap die Jezus en zijn volgelingen verkondigden, sprak ’vrienden des vredes’, mensen die met God verzoend wilden worden, aan (Lukas 10:5, 6). Terzelfder tijd bracht deze boodschap verdeeldheid in huisgezinnen teweeg, doordat sommigen haar aanvaardden terwijl anderen haar verwierpen (Mattheüs 10:34). De meerderheid der joden verwierp de boodschap en verzuimde aldus de „dingen [te] onderscheiden die met vrede te maken hebben” — blijkbaar behoorden daartoe ook berouw en het vereiste Jezus als de Messias te aanvaarden. Dit verzuim had tot gevolg dat Jeruzalem in 70 G.T. door de Romeinse legers werd verwoest. — Lukas 19:42-44.

Maar zelfs de joden die het „goede nieuws van vrede” wel aanvaardden, waren zondaars en hadden verzoening nodig voor hun overtredingen, teneinde zich in vrede met Jehovah God te kunnen verheugen. Jezus’ dood als loskoopoffer voorzag in die noodzaak (Jesaja 53:5). Jezus’ offerdood aan de martelpaal verschafte ook de basis voor de afschaffing van de Mozaïsche wet, die de joden van de niet-joden scheidde. Derhalve konden uit beide volken afkomstige personen, nadat zij christenen waren geworden, zich in vrede met God en met elkaar verheugen. — Efeziërs 2:14-18.

De „vrede van God” — de innerlijke kalmte en rust die voortspruit uit een kostbare verhouding met Jehovah God — behoedt het hart en de geestelijke vermogens van een christen, zodat hij zich niet angstig bezorgd hoeft te maken over zijn behoeften. Hij heeft de verzekering dat Jehovah God voor zijn dienstknechten zorgt en hun gebeden verhoort. Dit heeft een kalmerende uitwerking op zijn hart en geest (Filippenzen 4:6, 7). De vrede die Jezus Christus zijn discipelen gaf en die op hun geloof in hem als Gods Zoon berustte, had insgelijks ten doel hun hart en geest rustig te stemmen. Hoewel Jezus hun zei dat de tijd zou komen waarin hij niet meer persoonlijk bij hen zou zijn, hadden zij geen reden om bezorgd te zijn of vrees te koesteren. Hij zou hen niet zonder hulp laten, maar beloofde hun de heilige geest te zenden. — Johannes 14:26, 27; 16:33.

De vrede waarin christenen zich verheugden, mocht niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Om de vrede onder elkaar te bewaren, moesten zij er zorgvuldig op toezien hun medegelovigen niet tot struikelen te brengen (Romeinen 14:13-23). Zij kregen de raad vrede na te streven en hun uiterste best te doen om in vrede met God bevonden te worden (2 Timotheüs 2:22). Daarom moesten zij tegen de begeerten van het vlees strijden, aangezien die hen ertoe zouden brengen in vijandschap met God te zijn (Romeinen 8:6-8). Het feit dat men in een vredige verhouding met God moet blijven om zijn goedkeuring niet te verliezen, verleent veel gewicht aan de vaak geuite innige wens ’vrede zij u’. — Galaten 6:16.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen