Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w95 15/11 blz. 24-25
  • Hun licht ging niet uit

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hun licht ging niet uit
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wees zo moedig als Jeremia
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
  • „Ik wil de vermoeide ziel laven”
    God spreekt tot ons via Jeremia
  • Kunt u Jeremia’s volharding navolgen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Jeremia — Een impopulaire profeet van Gods oordelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
w95 15/11 blz. 24-25

Hun licht ging niet uit

IN BIJBELSE tijden waren er getrouwe getuigen van Jehovah die tegenslagen en moeilijkheden ondervonden. Zij kregen te maken met tegenstand en schijnbare mislukkingen. Toch gaven zij het niet op uit ontmoediging. Hun licht ging om zo te zeggen niet uit.

De profeet Jeremia bijvoorbeeld ontving de opdracht om Gods profeet te zijn voor de afvallige natie Juda. Hij liet de waarschuwing omtrent de komende vernietiging van Jeruzalem weerklinken (Jeremia 1:11-19). Als gevolg daarvan kwam Jeremia dikwijls in botsing met zijn landgenoten, die hem als een onheilsprofeet beschouwden.

De priester Pashur, de voornaamste gemachtigde in het huis van God, sloeg Jeremia eens wegens de dingen die hij had geprofeteerd en sloot hem in het blok. Bij deze schijnbare tegenslag zei Jeremia: „Ik ben een voorwerp van gelach geworden, de gehele dag; iedereen bespot mij. Want zo vaak ik spreek, schreeuw ik het uit. Geweld en plundering roep ik uit. Want het woord van Jehovah werd mij tot een oorzaak van smaad en tot beschimping de gehele dag.” De profeet was zelfs zo ontmoedigd dat hij zei: „Ik zal niet van hem [Jehovah] gewagen, en ik zal niet meer in zijn naam spreken.” — Jeremia 20:1, 2, 7-9.

Jeremia bezweek echter niet onder zijn ontmoediging. Sprekend over „het woord van Jehovah” verklaarde hij: „In mijn hart bleek het te zijn als een brandend vuur, opgesloten in mijn beenderen; en ik werd moe van het inhouden en was niet bij machte het te verdragen” (Jeremia 20:8, 9). Sterk gemotiveerd om de formele uitspraken van God te verkondigen, werd Jeremia door heilige geest geschraagd en vervulde zijn opdracht.

Ook de apostel Paulus had redenen te over om ontmoedigd te raken als hij eraan had toegegeven. Hij verduurde natuurrampen, schipbreuk, vervolging en slaag. Bovendien ’werd hij nog van dag tot dag bestormd door de zorg voor alle gemeenten’ (2 Korinthiërs 11:23-28). Ja, Paulus had dagelijks met problemen te maken en was bezorgd voor de nieuwe gemeenten die hij had helpen oprichten. Bovendien was hij onvolmaakt en had te kampen met „een doorn in het vlees”, misschien een slecht gezichtsvermogen (2 Korinthiërs 12:7; Romeinen 7:15; Galaten 4:15). Sommigen spraken zelfs achter Paulus’ rug nadelig over hem, en dit kwam hem ter ore. — 2 Korinthiërs 10:10.

Toch liet Paulus zich niet door ontmoediging overweldigen. Nee, hij was geen supermens (2 Korinthiërs 11:29, 30). Wat hield zijn ’innerlijke vuur’ brandende? Om te beginnen had hij metgezellen die een steun voor hem waren, en van wie sommigen hem zelfs vergezelden naar Rome, waar hij onder huisarrest stond (Handelingen 28:14-16). In de tweede plaats bezag de apostel zijn situatie evenwichtig. Zijn vervolgers en tegenstanders hadden ongelijk, niet Paulus. Tegen het einde van zijn aardse leven beoordeelde hij zijn bediening positief en zei: „Van nu af is voor mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij . . . als beloning zal geven.” — 2 Timotheüs 4:8.

Bovenal naderde Paulus geregeld in gebed tot Jehovah God, en ’de Heer stond bij hem en gaf hem kracht’ (2 Timotheüs 4:17). „Voor alle dingen”, zo zei Paulus, „bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent” (Filippenzen 4:13). Communicatie met God en met medechristenen, in combinatie met een positieve beoordeling van zijn bediening, hielp Paulus te volharden in Jehovah’s dienst.

God liet Paulus onder inspiratie schrijven: „Laten wij het . . . niet opgeven te doen wat voortreffelijk is, want te zijner tijd zullen wij oogsten indien wij het niet moe worden” (Galaten 6:7-9). Wat zullen wij oogsten? Eeuwig leven. Wees dus als Jeremia, Paulus en de vele andere getrouwe getuigen van Jehovah die in de bijbel worden genoemd. Ja, wees als zij, en bezwijk niet onder ontmoediging. Laat uw licht niet uitgaan. — Vergelijk Mattheüs 5:14-16.

[Illustraties op blz. 25]

Paulus en Jeremia lieten hun licht niet uitgaan

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen