Het moedige geloof van onze Rwandese broeders en zusters
BEGIN 1994 was de wereld geschokt toen er berichten van enorme bloedbaden uit het Afrikaanse land Rwanda kwamen. Er was een meedogenloze burgeroorlog uitgebroken — de climax van een eeuwenlange vijandschap.
Geconfronteerd met de totale ineenstorting van de openbare orde zagen de ruim 2000 getuigen van Jehovah in Rwanda zich gedwongen te vluchten voor hun leven. Ongeveer 1300 vonden een veilige toevlucht in vluchtelingenkampen in de naburige landen Zaïre en Tanzania, maar sommigen konden niet tijdig ontkomen. Het doet ons verdriet te moeten berichten dat ongeveer 400 van onze broeders en zusters — volwassenen en kinderen, allemaal burgers natuurlijk — zijn omgekomen in het krankzinnige geweld. Christenen over de hele wereld treuren om het verlies van deze moedige rechtschapenheidbewaarders en putten troost uit de bijbelse belofte van een opstanding. — Johannes 11:25.
Hoe is het de overlevende Rwandese broeders en zusters vergaan? Er werden vanuit een aantal landen ouderlingen gestuurd om persoonlijk de situatie te onderzoeken. Eén verslag meldde dat de Rwandese broeders en zusters „met veel waardigheid en moed” het hoofd hebben geboden aan de situatie. Zo was een van de eerste verzoeken die de broeders deden, een verzoek om bijbelse lectuur. ’Zij schijnen zich meer te bekommeren om het ontvangen van geestelijk voedsel dan om het ontvangen van materiële hulp, hoewel zij veel dingen dringend nodig hebben’, besluit het verslag. En ofschoon de leefomstandigheden in de kampen primitief zijn, ’is het gedeelte waar onze broeders en zusters wonen, het schoonst’.
Het Wachttorengenootschap heeft geld beschikbaar gesteld voor het kopen van voedsel, dekens, kleding, schoeisel en medicijnen. Onze broeders en zusters in Frankrijk hebben edelmoedig bijdragen geschonken en begin juni zijn er bijna twee ton goederen naar onze behoeftige Rwandese broeders en zusters verstuurd.
Het behoeft ons niet te verbazen dat deze omstandigheden tot een voortreffelijk getuigenis hebben geleid. Mensen die het gadesloegen, waren geroerd door het feit dat onze Rwandese broeders en zusters zulke hulp en steun van mede-Getuigen kregen, en het was mogelijk om deze hulpgoederen met anderen te delen. Sommigen hebben opgemerkt dat de Getuigen de enigen in de kampen waren die door leden van hun eigen religie werden bezocht!
De benarde situatie waarin onze Rwandese broeders en zusters verkeren, herinnert ons eraan dat de mensen in deze „laatste dagen” „wreed” en „gewelddadig” zullen zijn (2 Timotheüs 3:1-5, Today’s English Version). En hoewel Jehovah zijn volk geen wonderbaarlijke bescherming tegen fysieke gevaren belooft, geeft hij hun wel de belofte hun geestelijke gezindheid en hun verhouding met hem te behoeden en degenen die nu omkomen, tijdens Christus’ duizendjarige heerschappij op te wekken (Psalm 91:1-10). Laten wij ten behoeve van onze overlevende Rwandese broeders en zusters blijven bidden dat Jehovah hen in deze moeilijke periode schraagt en helpt. — Psalm 46:1.