’Eén bladzijde zou als een ster door de duisternis heen kunnen dringen’
TEGENWOORDIG zijn vertalingen van de Heilige Schrift bijna overal verkrijgbaar. Maar de strijd in verband met de bijbel is vaak een kwestie van leven of dood geweest.
In het boek Fifteenth Century Bibles schreef Wendell Prime: „Dertig jaar na het uitvinden van de boekdrukkunst functioneerde de inquisitie in Spanje met volledig succes. Van de 342.000 personen die in dat land door deze instelling werden gestraft, werden er 32.000 levend verbrand. Wegens de bijbel kwamen zij in de vlammen van het martelaarschap terecht. In Italië, zowel in het noorden als in het zuiden, was dit vernietigingsapparaat al even gruwelijk. Aartsbisschoppen waren, gesteund door de inquisitie, een verterend vuur voor zowel de bijbels als degenen die ze lazen. Nero heeft sommige christenen als een licht der wereld laten schijnen door hen in zakken genaaid en met pek overdekt in brand te steken en hen als fakkels te gebruiken om het toneel van zijn orgieën te verlichten. Maar de straten van Europese steden werden fel verlicht door bijbelverbrandingen. De bijbels konden niet net als hun lezers worden beroofd, ontkleed, gemarteld, verminkt en verstoten. Zelfs een bladzijde die bewaard bleef, zou als een ster door de zwartheid van deze duisternis heen kunnen dringen.” (Wij cursiveren.)
Wat de auteur Prime beschrijft, is werkelijk gebeurd met de hier weergegeven bladzijde van een bijbel. Het is de colofonbladzijde, dat wil zeggen de laatste bladzijde van het boek met een inschrift waaruit blijkt wie de vertaler is. De twee evenwijdige kolommen bovenaan zijn de slotverzen van de Apocalyps, of het boek Openbaring.
Over deze bijbel wordt in The Cambridge History of the Bible gezegd: „De Catalaanse bijbelvertaling van Bonifacio Ferrer werd in 1478 in Valencia gedrukt; alle beschikbare exemplaren werden vóór 1500 door de inquisitie vernietigd, maar één bladzijde bestaat nog steeds en bevindt zich in de bibliotheek van de Hispanic Society of America.” (Wij cursiveren.)
Wendell Prime merkte ook op: „Voor angstige geestelijken waren de enige goede bijbels verbrande bijbels. Deze heilige vuren zouden veel vaker en veel heviger hebben gebrand, ware het niet dat er gebrek aan brandstof was. Op veel plaatsen werden geen bijbels verbrand enkel omdat de autoriteiten zo waakzaam waren dat er geen bijbels meer bestonden om te verbranden.” In weerwil van zulke intensieve pogingen om de bijbels die voor het gewone volk bedoeld waren, te verdelgen, zijn veel exemplaren aan de vernietiging ontsnapt. Prime voegde eraan toe: „Bijbels bleven behouden doordat ze door ballingen werden meegenomen, of doordat ze in tijden van tegenspoed en gevaar als edelstenen en kostbare metalen werden verborgen.”
Gods profeet Jesaja schreef: „Alle vlees is groen gras . . . Het groene gras is verdord, de bloesem is verwelkt; maar wat het woord van onze God betreft, het zal tot onbepaalde tijd blijven” (Jesaja 40:6, 8). Door de eeuwen heen hebben talrijke mensen met liefde voor de bijbel en veel moedige vertalers grote risico’s genomen en veel geleden in het belang van Gods Woord. Toch hadden menselijke krachtsinspanningen alleen er nooit voor kunnen zorgen dat de bijbel bewaard bleef. Dat hij bewaard is gebleven, hebben wij te danken aan de Auteur van de bijbel, Jehovah.
[Illustratieverantwoording op blz. 7]
Met toestemming van de Hispanic Society of America, New York