Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w94 15/4 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Vergelijkbare artikelen
  • Respect voor de heiligheid van bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1952
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Bloed — Van levensbelang
    Hoe kan bloed uw leven redden?
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
w94 15/4 blz. 31

Vragen van lezers

Waarom werden de soldaten van Saul toen zij vlees met het bloed aten, niet terechtgesteld, aangezien dat de straf was die in Gods Wet werd vermeld?

Deze mannen overtraden inderdaad Gods wet inzake bloed, maar hun werd wellicht barmhartigheid betoond omdat zij respect hadden voor bloed, ook al hadden zij beter hun best moeten doen om dat respect te tonen.

Beschouw de situatie eens. De Israëlieten onder koning Saul en zijn zoon Jonathan waren in oorlog met de Filistijnen. Op een gegeven moment, toen ’de mannen van Israël zelf het die dag zwaar te verduren kregen’ in de strijd, legde Saul haastig een eed af dat zijn mannen niet mochten eten voordat de vijand verslagen was (1 Samuël 14:24). Al gauw leverde zijn eed een probleem op.

Zijn mannen waren aan de winnende hand in een felle strijd, maar de zware inspanning eiste haar tol. Zij waren uitgehongerd en uitgeput. Wat deden zij in die extreme situatie? „Het volk wierp zich nu gulzig op de buit en nam schapen en runderen en kalveren en slachtte ze op de aarde, en het volk ging het vlees eten met het bloed.” — 1 Samuël 14:32.

Dat was in strijd met Gods wet inzake bloed, zoals enkele van Sauls dienstknechten hem meedeelden: „Zie! Het volk zondigt tegen Jehovah door vlees te eten met het bloed” (1 Samuël 14:33). De Wet schreef inderdaad voor dat wanneer er dieren werden geslacht, het bloed moest worden uitgegoten voordat het vlees werd gegeten. God verlangde niet dat er overdreven maatregelen werden genomen om het bloed uit te gieten. Door redelijke stappen te ondernemen om het bloed uit te gieten, konden zijn dienstknechten respect voor de betekenis van bloed aan de dag leggen (Deuteronomium 12:15, 16, 21-25). Het bloed van dieren kon als offer op het altaar worden gebruikt, maar het mocht niet gegeten worden. Op moedwillige schending stond de doodstraf, want tot Gods volk werd gezegd: „Gij moogt het bloed van geen enkele soort van vlees eten, want de ziel van elke soort van vlees is zijn bloed. Een ieder die het eet, zal worden afgesneden.” — Leviticus 17:10-14.

Overtraden de soldaten van koning Saul de Wet moedwillig? Sloegen zij in het geheel geen acht op de goddelijke wet inzake bloed? — Vergelijk Numeri 15:30.

Wij behoeven niet die conclusie te trekken. Het verslag zegt dat zij ’de dieren op de aarde slachtten en het vlees met het bloed aten’. Zij hebben dus wellicht enige pogingen ondernomen om het bloed uit te gieten (Deuteronomium 15:23). Maar in hun uitgeputte, uitgehongerde toestand hingen zij de geslachte dieren niet op om ze, zoals het hoorde, lang genoeg te laten uitbloeden. Zij slachtten de schapen en de runderen „op de aarde”, waardoor het uitbloeden vertraagd zou kunnen worden. En zij sneden snel vlees van de geslachte dieren af die misschien in het bloed lagen. Dus ook al was het hun bedoeling Gods wet te gehoorzamen, zij deden dat niet op de juiste wijze en ook niet in voldoende mate.

Het gevolg was dat „het volk . . . het vlees [ging] eten met het bloed”, wat zondig was. Saul besefte dit en beval dat er een grote steen naar hem toe werd gerold. Hij gaf de soldaten het bevel: „Brengt hier bij mij, ieder van u zijn stier en ieder zijn schaap, en gij moet de slachting op deze plaats doen geschieden, alsook het eten, en gij moogt niet tegen Jehovah zondigen door vlees met het bloed te eten” (1 Samuël 14:33, 34). De schuldige soldaten gehoorzaamden, en „voorts bouwde Saul een altaar voor Jehovah”. — 1 Samuël 14:35.

Het slachten van de dieren op de steen had waarschijnlijk tot gevolg dat het bloed in voldoende mate werd uitgegoten. Het vlees van de dieren zou niet gegeten worden waar de slachting plaatsvond. Saul heeft wellicht wat van het uitgegoten bloed op het altaar gebruikt om God te verzoeken barmhartigheid te betonen jegens degenen die hadden gezondigd. Jehovah betoonde barmhartigheid, blijkbaar omdat hij wist welke pogingen de soldaten hadden gedaan, hoewel zij erg moe en hongerig waren. God heeft wellicht ook in overweging genomen dat Sauls haastig afgelegde eed zijn mannen in die wanhopige situatie had gedreven.

Dit verslag laat niettemin zien dat een noodsituatie geen excuus vormt voor het negeren van de goddelijke wet. Het dient ons ook te helpen er de noodzaak van in te zien dat wij zorgvuldig nadenken voordat wij een eed afleggen, want een haastig afgelegde gelofte kan voor ons persoonlijk en voor anderen problemen veroorzaken. — Prediker 5:4-6.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen