Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 1/11 blz. 30-31
  • Gebruikten de eerste christenen Gods naam?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gebruikten de eerste christenen Gods naam?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 1/11 blz. 30-31

Gebruikten de eerste christenen Gods naam?

DE NAAM van God komt duizenden malen voor in de Hebreeuwse Geschriften, waar hij wordt weergegeven met de vier medeklinkers יהוה (JHWH, het Tetragrammaton). Archeologische vondsten doen vermoeden dat de naam in het Israël van vóór de ballingschap, vóór 607 v.G.T., algemeen gebruikt werd, en in de na de ballingschap geschreven bijbelboeken Ezra, Nehemia, Daniël en Maleachi komt hij veelvuldig voor. Maar geleidelijk, naarmate de tijd voor het verschijnen van de Messias naderbij kwam, deinsden joden er door bijgeloof voor terug de naam te gebruiken.

Gebruikten Jezus’ discipelen Gods naam (in het Nederlands gewoonlijk weergegeven met „Jehovah” of „Jahweh”)? De bewijzen tonen aan dat dit zo is. Jezus leerde zijn volgelingen tot God te bidden: „Uw naam worde geheiligd” (Mattheüs 6:9). En aan het einde van zijn aardse bediening bad hijzelf tot zijn hemelse Vader: „Ik heb uw naam openbaar gemaakt aan de mensen die gij mij uit de wereld hebt gegeven” (Johannes 17:6). Bovendien bevatten vroege afschriften van de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Geschriften die door Jezus’ discipelen werd gebruikt, Gods naam in de vorm van het Hebreeuwse Tetragrammaton.

Hoe staat het met de Evangeliën en de rest van de christelijke Griekse Geschriften (het „Nieuwe Testament”)? Men heeft de redenering gevolgd dat aangezien Gods naam in de Septuaginta voorkomt, hij ook in de vroegste afschriften van deze Geschriften heeft gestaan — ten minste daar waar de Septuaginta werd aangehaald. Vandaar dat de naam Jehovah meer dan 200 maal in de Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften voorkomt. Sommigen hebben dit als onterecht bekritiseerd. Maar de Nieuwe-Wereldvertaling schijnt uit een onverwachte bron ondersteuning te krijgen: de Babylonische talmoed.

Het eerste gedeelte van dit joodse religieuze werk is getiteld Sjabbat (Sabbat) en bevat een uitgebreide lijst van regels die het gedrag op de sabbat bepalen. In één gedeelte staat een discussie over de vraag of het gepast is op de sabbat bijbelhandschriften uit het vuur te redden, en dan komt de volgende passage: „Er stond in de tekst: De onbeschreven ruimten [gil·jō·nimʹ] en de Boeken van de Minim, wij mogen ze niet uit het vuur redden. R. Jose zei: Op doordeweekse dagen moet men de Goddelijke Namen die erin staan, uitsnijden, ze verbergen, en de rest verbranden. R. Tarfon zei: Moge ik mijn zoon begraven als ik ze niet samen met hun Goddelijke Namen zou verbranden wanneer ze in mijn hand kwamen.” — Naar de Engelse vertaling van dr. H. Freedman.

Wie waren de mi·nimʹ? Het woord betekent „sektariërs” en zou betrekking kunnen hebben op de Sadduceeën of de Samaritanen. Maar volgens dr. Freedman duidt het in deze passage hoogstwaarschijnlijk op joodse christenen. Wat waren dan de gil·jō·nimʹ, „onbeschreven ruimten” volgens de vertaling van dr. Freedman? Er zijn twee mogelijke betekenissen. Het zouden de onbeschreven kantlijnen van een rol of zelfs onbeschreven rollen kunnen zijn. Of ze zouden — in een ironische toepassing van het woord — de geschriften van de mi·nimʹ kunnen zijn, alsof men wilde zeggen dat deze geschriften zo waardeloos zijn als onbeschreven rollen. In woordenboeken wordt deze tweede betekenis als „Evangeliën” gegeven. In overeenstemming hiermee lezen wij in de zin die in de talmoed vóór het bovenaangehaalde gedeelte staat: „De boeken van Minim zijn als onbeschreven ruimten [gil·jō·nimʹ].”

Bijgevolg wordt in het boek Who Was a Jew? door Lawrence H. Schiffman het bovenaangehaalde gedeelte van de talmoed als volgt vertaald: „Wij redden (op de sabbat) niet de Evangeliën en de boeken van de minim (’ketters’) uit het vuur. Ze worden veeleer op hun plaats verbrand, samen met hun Tetragrammata. Rabbi Yose Ha-Gelili zegt: Door de week dient men hun Tetragrammata uit te snijden en te verbergen en het overgeblevene te verbranden. Rabbi Tarfon zei: Moge ik mijn zonen begraven! Als (deze boeken) in mijn hand zouden komen, zou ik ze samen met hun Tetragrammata verbranden.” Dr. Schiffman betoogt vervolgens dat de mi·nimʹ hier joodse christenen zijn.

Spreekt dit gedeelte van de talmoed werkelijk over de vroege joodse christenen? Zo ja, dan vormt het een krachtig bewijs dat de christenen inderdaad Gods naam, het Tetragrammaton, in hun Evangeliën en geschriften hebben opgenomen. En het is zeer waarschijnlijk dat de talmoed hier inderdaad over de joodse christenen spreekt. Er is scholastische ondersteuning voor deze zienswijze, en in de talmoed blijkt de context nog meer ondersteuning te geven. In het gedeelte dat op het bovenstaande citaat uit Sjabbat volgt, wordt in een verhaal over Gamaliël en een christelijke rechter op gedeelten van de Bergrede gezinspeeld.

Het was pas later, toen het afvallige christendom van de zuivere leringen van Jezus afweek, dat degenen die beweerden christenen te zijn ermee ophielden Gods naam te gebruiken en die zelfs uit de afschriften van de Septuaginta, de Evangeliën en andere bijbelboeken verwijderden.

[Illustratie op blz. 31]

In Jezus’ dagen kwam Gods naam in de „Septuaginta” voor

[Verantwoording]

Israel Antiquities Authority

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen