Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 1/4 blz. 3-4
  • Dopen! Dopen! Dopen! — Maar waarom?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dopen! Dopen! Dopen! — Maar waarom?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Vergelijkbare artikelen
  • Doop
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Moet uw baby gedoopt worden?
    Ontwaakt! 1974
  • Doop
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • De betekenis van jouw doop
    Verenigd in de aanbidding van de enige ware God
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 1/4 blz. 3-4

Dopen! Dopen! Dopen! — Maar waarom?

’IK HEB in enkele maanden tijd meer dan tienduizend mannen, vrouwen en kinderen gedoopt.’ Dat schreef de jezuïtische missionaris Franciscus Xaverius over zijn werk in het koninkrijk Travancore (India). „Ik ging van dorp tot dorp en maakte hen tot christenen. En overal waar ik kwam, liet ik een exemplaar van onze gebeden en voorschriften in de plaatselijke taal achter.”

Koning Johan III van Portugal was diep onder de indruk van de brieven van Franciscus Xaverius en gebood dat ze vanaf elke preekstoel in heel zijn koninkrijk moesten worden voorgelezen. De brief van januari 1545, waaruit hierboven een aanhaling is gedaan, mocht zelfs gepubliceerd worden. Het gevolg? „Al gauw riep de helft van de studenten in Europa, ’op hun knieën vallend en hete tranen stortend’, dat zij naar India wilden om de heidenen te bekeren”, schrijft Manfred Barthel in zijn boek The Jesuits — History & Legend of the Society of Jesus. Hij voegde eraan toe: „Het idee dat er om een heel koninkrijk te bekeren, misschien meer nodig was dan een paar wijwatersprenkelaars en een tas vol traktaten, schijnt bij velen in die tijd niet opgekomen te zijn.”

Wat werd er feitelijk met deze massabekeringen bereikt? De jezuïet Nicolaas Lancilloto rapporteerde realistisch aan Rome: „De meesten van hen die gedoopt worden, hebben een bijbedoeling. De slaven van de Arabieren en hindoes hopen daardoor vrijheid te verwerven of tegen een onderdrukkende meester beschermd te worden, of gewoon een nieuwe mantel of een tulband te krijgen. Velen doen het om de een of andere straf te ontlopen. . . . Iemand die er uit eigen overtuiging toe wordt gebracht redding te zoeken in onze leer, wordt als een dwaas beschouwd. Velen worden niet lang na hun doop afvallig en keren tot hun vroegere heidense gebruiken terug.”

Het verlangen de heidenen te bekeren en te dopen was ook aanwezig bij de Europese ontdekkingsreizigers van die tijd. Men zegt dat Christophorus Columbus de eerste „Indiërs” die hij in het Caribisch gebied ontmoette, heeft gedoopt. „De Spaanse Kroon voerde een officieel beleid waarin de bekering van de inheemse bevolking de hoogste prioriteit kreeg”, zegt The Oxford Illustrated History of Christianity. „Tegen het einde van de zestiende eeuw waren de 7.000.000 Indianen in het Spaanse rijk, althans in naam, christenen. Daar waar wij statistische gegevens over bekeringen hebben (Pieter van Gent, een bloedverwant van keizer Karel V die zich bij de missionarissen had aangesloten, vertelde dat hij met de hulp van één enkele metgezel op één dag 14.000 mensen had gedoopt), was, zoals duidelijk blijkt, geen serieus voorafgaand onderricht mogelijk.” Zulke oppervlakkige bekeringen gingen vaak gepaard met een wrede, hardvochtige en onderdrukkende behandeling van de inboorlingen.

Het belang dat aan de doop werd gehecht, zette deze ontdekkingsreizigers en zendelingen tot ijver aan. In 1439 vaardigde paus Eugenius IV op het concilie van Florence een decreet uit waarin stond: „Het Heilig Doopsel neemt de eerste plaats in onder de sacramenten, omdat het de deur van het geestelijk leven is; want daardoor worden wij tot leden van Christus gemaakt en opgenomen in de Kerk. En aangezien de dood door toedoen van de eerste mens in iedereen aanwezig is, kunnen wij het koninkrijk der Hemelen niet binnengaan tenzij wij uit water en Heilige Geest zijn wedergeboren.”

Er ontstond echter een geschil over de vraag wiens doop nu geldig was. „Omdat de doop tevens de fundamentele rite was waardoor iemand tot de kerkgemeenschap toetrad, beweerden al gauw verscheidene rivaliserende kerken, die zich allemaal orthodox noemden en de andere van ketterij en sektevorming beschuldigden, dat de doop een privilege van hun kerk was. Het was onvermijdelijk dat de doopriten door de verschillende sekten werden gewijzigd”, wordt in The Encyclopedia of Religion opgemerkt.

De gewoonte om te dopen bestaat echter al langer dan het christelijke geloof. De doop werd in Babylon toegepast, en ook in het oude Egypte, waar men geloofde dat het koude water van de Nijl iemand sterker maakte en hem onsterfelijkheid verleende. Ook de Grieken geloofden dat de doop een geestelijke herleving kon teweegbrengen of de ingewijde onsterfelijk kon maken. De joodse sekte in Qumran verrichtte de doop om iemand in hun gemeenschap in te wijden. Het was een vereiste dat heidenen die zich tot het judaïsme bekeerden, werden besneden en zeven dagen later ten overstaan van getuigen door onderdompeling werden gedoopt.

Er is door de eeuwen heen dus duidelijk veel belang aan de doop gehecht. Maar hoe staat het in deze tijd? Is de doop in deze moderne tijd noodzakelijk? Zo ja, waarom? En dient u gedoopt te worden?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen