Bent u als een van hen?
’HET is beter een dag een leeuw te zijn dan honderd jaar een lam.’ Die woorden zijn toegeschreven aan Benito Mussolini, voormalig dictator van Italië.
Net als Mussolini zouden veel mensen er bezwaar tegen hebben als lammeren en schapen geclassificeerd te worden. Toch verklaarde de psalmist David, koning van het Israël uit de oudheid: „Jehovah is mijn Herder. . . . Aan waterrijke rustplaatsen voert hij mij” (Psalm 23:1, 2). Ja, Jehovah God is de Grote Herder, die zijn dienstknechten tedere zorg geeft alsof zij onschuldige schapen waren.
In Psalm 95:7 wordt over Gods volk gesproken als figuurlijke schapen, want daar staat: „Want [Jehovah] is onze God, en wij zijn het volk van zijn weide en de schapen van zijn hand.” Sommigen hebben misschien verwacht dat de psalmist zou spreken over „de schapen van zijn weide” en „het volk van zijn hand”. Maar hier staat het precies omgekeerd, en aldus worden Jehovah’s dienstknechten zelf als zijn schapen geïdentificeerd. Zij genieten de voordelen van de manier waarop God hen weidt en worden door zijn liefdevolle hand geleid.
Jehovah’s Zoon, Jezus Christus, is de Voortreffelijke Herder. Hij noemde mensen vaak schapen. Jezus sprak bijvoorbeeld over een „kleine kudde” en over zijn „andere schapen” (Lukas 12:32; Johannes 10:14-16). Over zijn nederige, met schapen te vergelijken discipelen zei Jezus: „Mijn schapen luisteren naar mijn stem, en ik ken ze, en zij volgen mij. En ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen stellig nooit worden vernietigd, en niemand zal ze uit mijn hand rukken” (Johannes 10:27, 28). De macht die een welwillend heerser uitoefent, de gunst die hij betoont en de leiding en bescherming die hij geeft, strekken zijn onderdanen tot voordeel. — Openbaring 1:16, 20; 2:1.
Niemand kan werkelijk met schapen te vergelijken mensen uit Jezus’ beschermende hand rukken. In deze tijd scheidt hij mensen van elkaar in een klasse van „bokken”, die zijn gunst niet genieten, en een klasse van „schapen”, die eeuwig leven onder de heerschappij van Gods hemelse koninkrijk zullen genieten (Mattheüs 25:31-46). Zult u een van die gezegende schapen blijken te zijn?
[Illustratieverantwoording op blz. 32]
Garo Nalbandian