De oogst van een ware evangelist
WILLIAM R. BROWN ging in 1923 voor het eerst naar Afrika. Met zijn vrouw en kind ’deed hij het werk van een evangelieprediker’ in Gambia, Ghana, Liberia, Nigeria en Sierra Leone (2 Timotheüs 4:5). Het resultaat van zijn werk is buitengewoon.
Deze in West-Indië geboren man was geen lid van een van de kerken van de christenheid en liet zich beslist niet met politiek in. In plaats daarvan volgde hij Jezus en de apostelen na door de naam en soevereiniteit van Jehovah te verkondigen, de nadruk te leggen op het belang van het loskoopoffer, en het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken (Mattheüs 9:35; 20:28; Johannes 17:4-6). William R. Brown gebruikte voortdurend de bijbel en wees erop als de beslissende autoriteit in zaken die met leerstellingen en geloof te maken hadden (2 Timotheüs 3:16). Hij was op dit punt zo volhardend dat hij bekendstond als „Bijbel”-Brown.
Met Jehovah’s zegen ontsproten en groeiden de zaden die door „Bijbel”-Brown gezaaid waren. In de landen waar hij de weg bereidde hebben nu bijna 200.000 Afrikanen hun leven aan hun Schepper opgedragen en zij prediken op hun beurt het goede nieuws van het Koninkrijk tot anderen (Mattheüs 24:14; 1 Korinthiërs 3:6-9). Deze actieve christenen staan wijd en zijd bekend om hun eerlijkheid en betrouwbaarheid. Zij zijn er trots op getuigen van Jehovah en onderdanen van Christus, de regerende Koning, te zijn.
Zo’n oogst is het resultaat van ware christelijke evangelisatie. Over de hele wereld wordt op elk bewoond continent een soortgelijke oogst binnengehaald. In ruim 200 landen zijn meer dan vier miljoen zachtmoedige mannen en vrouwen „geoogst” en zij herhalen tot anderen de woorden van de evangeliserende engel: „Vreest God en geeft hem heerlijkheid, want het uur van het oordeel door hem is gekomen” (Openbaring 14:7). Werkelijk, de enige manier om in onze tijd vol problemen hoop te vinden, is ons tot God te keren en ons aan zijn Koninkrijksregering te onderwerpen.