„Tranen van waardering”
„MET tranen van waardering heb ik zojuist het artikel ’Hoe depressieve personen te helpen weer vreugdevol te worden’ gelezen” (De Wachttoren, 15 maart 1990, blz. 26-30). Zo begon een van de vele brieven die het Genootschap heeft ontvangen als uiting van waardering voor de artikelen over depressiviteit in onze uitgaven van 1 maart en 15 maart 1990. Deze specifieke uiting kwam echter van een zuster in Japan wier zoon sinds kort aan schizofrenie lijdt. Zij verklaart:
„Elke dag moet ik een depressieve ziel troosten en aanmoedigen, en soms voel ik me gewoon te uitgeput om door te gaan. Als het donker wordt, maakt een panische angst zich van mijn zoon meester. Dus geef ik hem slaappillen en zit naast zijn bed, terwijl ik zijn handen wrijf en mijn hand op zijn voorhoofd leg tot hij gaat slapen. ’t Is net of ik een baby naar bed breng, en na ongeveer een uur valt hij ten slotte in een diepe slaap. Dan voel ik me opgelucht, maar tegelijkertijd zeg ik tegen mezelf dat er morgen weer een dag is die ik moet zien door te komen.
Mijn zoon zegt: ’Ik deug nergens voor. Er is geen hoop voor me.’ Elke dag vraagt hij droevig: ’Word ik beter? Wanneer zal ik van mijn medicijnen af zijn? Hoe lang zal dit soort leven zo nog doorgaan?’ Op zulke momenten gebruik ik vragen om zijn gedachten in een andere richting te sturen, zoals de tijdschriften aanraadden, en daar knapt hij dan weer enigszins van op. Maar dat is steeds opnieuw nodig, dag in dag uit.
Het gebeurt ook wel dat mijn zoon midden in de nacht de ouderlingen [van de plaatselijke gemeente] opbelt als hij zich buitengewoon angstig voelt, en hun vraagt voor hem te bidden. Dit schijnt een grote troost voor hem te zijn en het brengt hem tot rust. . . . Vaak verslechtert de toestand van mijn zoon als mijn man (een ongelovige) op zakenreis is. Als ik telefonisch hulp inroep, haasten veel broeders zich naar ons huis.
Ik dank jullie, broeders, uit de grond van mijn hart dat jullie van tijd tot tijd dit soort van artikelen publiceren en tonen dat jullie je om de noden van de zwakken bekommeren.”
[Ondertekend] H. H.