Kunnen de armen zich veroorloven eerlijk te zijn?
Amelia was pas 29 dagen oud toen haar grootmoeder met haar naar de dokter ging. Amelia’s moeder kon de tocht niet maken, omdat zij ziek was en bij de andere vier kinderen thuisbleef. Vader was ergens anders op zoek naar werk. De arts onderzocht de zuigeling. Er waren tekenen van ondervoeding, wat in West-Afrika niet ongewoon is. Maar het voornaamste probleem was een ontsteking van het onderhuidse bindweefsel. Amelia’s borstje zat onder de zweren tengevolge van een ernstige infectie.
Toen de arts de grootmoeder een recept overhandigde, vroeg zij: „Wat gaat dit geneesmiddel kosten?”
„Vier tot vijf dollar”, antwoordde hij.
Grootmoeder kreunde. Zij had niet eens twee dollar om het doktersconsult te betalen. „Waar moeten wij dat geld in vredesnaam vandaan halen!”, riep zij uit.
„U zult het ergens vandaan moeten halen”, drong de arts aan. „Vraag het uw vrienden en familieleden. Als deze infectie niet wordt behandeld, zal ze zich tot de bloedbaan uitbreiden en zal de baby sterven.”
Op de een of andere manier kwam Amelia’s familie aan het geld, en de baby haalde haar tweede levensmaand. Miljoenen mensen in ontwikkelingslanden over de hele wereld kunnen echter geen geld lenen van vrienden en familieleden. En de vooruitzichten op economische vooruitgang zijn somber.
In het door UNICEF (Kinderfonds van de Verenigde Naties) uitgegeven State of the World’s Children Report 1989 wordt verklaard: „Na tientallen jaren van gestadige economische groei vervallen grote gebieden van de wereld weer tot armoede.” In Afrika en Latijns-Amerika is het inkomensgemiddelde in de jaren ’80 met 10 tot 25 procent gedaald. En de afgelopen paar jaar is er in 37 van de armste landen ter wereld 50 procent minder geld voor de gezondheidszorg beschikbaar geweest.
Wat betekent dit voor de miljoenen die in armoede leven? Voor velen betekent het dat zij niet het benodigde voedsel of de benodigde medicijnen kunnen kopen. Daardoor zijn hun kinderen, hun huwelijkspartner of hun ouders misschien onnodig ten dode opgeschreven, tenzij zij hun toevlucht nemen tot de enige manier die hun schijnbaar openstaat om aan geld te komen — stelen! Ja, armoede kan betekenen zich gesteld te zien voor hartverscheurende morele dilemma’s: stelen of sterven? liegen of verhongeren? omkoperij of ontbering?
Er is een spreekwoord in West-Afrika dat luidt: „Waar je de koe vastbindt, daar zal ze gras eten.” Met andere woorden, mensen zullen elke situatie die hen in de gelegenheid stelt zich te verrijken, volledig uitbuiten. Maar al te vaak gebruiken degenen die met autoriteit bekleed zijn, waar ook ter wereld, hun positie om steekpenningen te eisen, geld te verduisteren, of te stelen. ’Help jezelf zolang je het kunt’, is hun redenatie. ’Je hebt er later misschien de kans niet voor.’ Naarmate de toch al nijpende economische situatie van de ontwikkelingslanden verslechtert, kunnen de behoeftigen in toenemende mate de mening onderschrijven dat de stelregel ’eerlijk duurt het langst’ voor de armen niet opgaat.
De bijbel zegt: „Gij moogt niet stelen” (Exodus 20:15). Maar valt, als de armen zich echt niet kunnen veroorloven eerlijk te zijn, de redelijkheid van de bijbelse moraal niet te betwijfelen? Zijn Gods wetten onpraktisch, ongevoelig voor de werkelijke noden van mensen? De ervaring van duizenden ware christenen in ontwikkelingslanden geeft een indrukwekkend antwoord op deze vragen.
[Inzet op blz. 4]
„Waar je de koe vastbindt, daar zal ze gras eten”
[Illustratie op blz. 4]
De armen behoren in ontwikkelingslanden tot degenen die hard zwoegen