Een wijze stap vóór rampspoed
DOORDAT Mary’s kinderen nu volwassen waren, beschikte zij over meer tijd, en zij besloot een deeltijdbaan te nemen. Maar toen zij dit aan haar man, Enos, vertelde, zette hij uiteen dat hier voor haar geen noodzaak toe bestond. „Als ik voor jou en de kinderen kon zorgen, kan ik het nu beslist voor ons tweeën”, zei hij. In plaats van zijn vrouw werelds werk te laten verrichten, opperde hij dat zij gebedsvol zou beschouwen pionierster, een volle-tijd Koninkrijksverkondigster, te worden.
Hoewel Mary de Koninkrijksboodschap graag met haar medemensen deelde, was zij verlegen en ontbrak het haar aan vrijmoedigheid. Toch wilde zij de raad van haar man opvolgen. Met gemengde gevoelens ging zij dus in april 1981 in de hulppioniersdienst.
Mary ontwikkelde al snel een liefde voor de Koninkrijksprediking zoals zij nog nooit eerder had ervaren. Het duurde niet lang of zij leidde vier huisbijbelstudies bij geïnteresseerde mensen. Binnen een jaar was zij gewone pionierster geworden en leidde zij tien bijbelstudies. Christine, een getuige van Jehovah met twee schoolgaande kinderen, sloot zich enthousiast bij Mary aan als haar pionierspartner. Pasgeïnteresseerde mensen begonnen de vergaderingen bij te wonen in de plaatselijke Koninkrijkszaal, waar zich een fijne pioniersgeest ontwikkelde. En Mary’s grootste vreugde kwam toen haar eigen zoon, Christopher, het verkoos haar voorbeeld te volgen door eveneens pionier te worden.
In 1985 deed zich echter plotseling een tragedie voor. Mary stortte in. Een slagadergezwel in haar hoofd leidde tot een ernstige hersenbloeding, en binnen drie dagen overleed de 45-jarige Mary.
In die vier pioniersjaren had Mary echter een fijne reputatie in haar gemeenschap opgebouwd. Haar begrafenisdienst werd door ruim 300 mensen bijgewoond, met inbegrip van veel buren. Een van de aanwezigen was een schoolvriendin die onder de indruk was gekomen van Mary’s geloof, er meer over wilde weten en om een bijbelstudie vroeg. Mary’s bediening droeg nog steeds vruchten.
„Ik ben nu zelf hulppionier,” zegt Enos, „maar ik wou dat ik mij bij Mary had aangesloten toen zij pionierde. Zij sprak altijd over haar ervaringen en was zo gelukkig. Die paar jaren waren eigenlijk de gelukkigste jaren van ons leven, maar nu besef ik pas waarom.”
Niemand kan voorspellen wanneer „tijd en onvoorziene gebeurtenissen” hun tol kunnen eisen, zoals dit in Mary’s geval zo onverwachts is gebeurd. Maar degenen die trouwe Koninkrijksverkondigers blijven, kunnen er zeker van zijn dat zij, zelfs ondanks rampspoed, gunst zullen vinden in de ogen van zowel God als de mensen. — Prediker 9:11; 11:1, 2.
[Illustraties op blz. 31]
Deelnemen aan de bediening is goed bestede tijd