Getuigenis geven in zakengebied — op z’n Japans
JEZUS CHRISTUS’ gebod om het getuigeniswerk tot „de verst verwijderde streek der aarde” ten uitvoer te brengen, omvat ook zakengebieden (Handelingen 1:8). In Japan vormt het geven van het Koninkrijksgetuigenis aan mensen die in openbare instellingen en in kantoorgebouwen van grote maatschappijen werken, een enorme uitdaging. De Koninkrijksverkondigers in één gemeente vroegen en kregen toestemming om tijdens de lunchpauze tijdschriften aan te bieden in een kantoorgebouw. De verkondigers baden niet alleen tot Jehovah om moed, maar schonken ook veel aandacht aan hun kleding en gedrag en maakten zelfs lapelkaartjes die hun naam vermeldden en hen als Jehovah’s Getuigen identificeerden.
De Getuigen benaderen de personeelsleden door bijvoorbeeld te zeggen: „Neemt u mij niet kwalijk, maar ik heb toestemming gekregen om met de mensen hier te spreken. Hebt u er bezwaar tegen om onder het eten naar mij te luisteren?” De Getuigen moesten van goed inzicht blijk geven en ’met zout gekruide’ woorden gebruiken (Kolossenzen 4:6). Tijdens hun eerste bezoek verspreidden zij 39 tijdschriften, maar er waren wel 4 bezoeken nodig om het 8 verdiepingen tellende gebouw, waarin 1500 mensen werken, helemaal te bewerken. Zij verspreidden in totaal meer dan 100 tijdschriften en konden tijdschriftenroutes oprichten en nabezoeken brengen.
Een van de verkondigers bracht een nabezoek bij een directeur. Toen deze man een schriftplaats uit de Nieuwe-Wereldvertaling hoorde voorlezen, zei hij: „Deze bijbel is gemakkelijk te begrijpen. De bijbel die ik heb gelezen, was in ouderwets Japans gesteld en erg moeilijk te lezen.” De volgende week werd er een exemplaar van de Nieuwe-Wereldvertaling bij hem afgeleverd.
Kunt u in het gebied van uw gemeente meer doen om het goede nieuws tot „alle soorten van mensen” te prediken, met inbegrip van personen in zakengebieden? — Vergelijk 1 Timótheüs 2:4.