Hoe beziet u de Tien Geboden?
DE Tien Geboden, die in de bijbel staan opgetekend, worden op verschillende manieren bezien. Volgens de Zevendedagsadventisten zijn de Tien Geboden bindend voor alle mensen. De lutheranen beschouwen ze als de „beste verzameling regels aller tijden waarop iemand zijn leven kan bouwen”. „Wanneer de Tien Geboden goed worden begrepen,” zo legt een katholieke woordvoerder uit, „verschaffen ze nog steeds een basis voor een christelijke levenswijze.”
Terwijl sommige religieuze groeperingen dus geloven dat wij de Tien Geboden naar de letter moeten gehoorzamen, beschouwen andere ze louter als een gids voor correct moreel gedrag. Ja, volgens de Encyclopædia of Religion and Ethics „bestaat er waarschijnlijk geen menselijk document dat een grotere invloed op het religieuze en morele leven heeft uitgeoefend dan de decaloog [de Tien Geboden]”. Waarom is dit zo? Beschouw eerst eens hoe de Tien Geboden luiden. Ze zijn kort, begrijpelijk en krachtig. Maar hoe dient u de Tien Geboden te bezien? Wat betekenen ze voor u?
[Kader op blz. 3]
DE TIEN GEBODEN
1. Gij moogt geen andere goden tegen mijn persoon in hebben.
2. Gij moogt u geen gesneden beeld maken, noch enige gedaante gelijkend op iets wat in de hemel boven of wat op de aarde beneden of wat in de wateren onder de aarde is. Gij moogt u voor die niet buigen, noch u ertoe laten bewegen ze te dienen . . .
3. Gij moogt de naam van Jehovah, uw God, niet op onwaardige wijze opnemen . . .
4. Ter gedenking van de sabbatdag, om die heilig te houden, dient gij zes dagen dienst te verrichten. . . . Gij moogt generlei werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw huisdier, noch uw inwonende vreemdeling die binnen uw poorten is . . .
5. Eer uw vader en uw moeder . . .
6. Gij moogt niet moorden.
7. Gij moogt geen overspel plegen.
8. Gij moogt niet stelen.
9. Gij moogt als getuige geen valse verklaring tegen uw naaste afleggen.
10. Gij moogt het huis van uw naaste niet begeren. Gij moogt de vrouw van uw naaste niet begeren, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn stier, noch zijn ezel, noch iets wat uw naaste toebehoort. — Exodus 20:3-17.