Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
’Een goed bericht uit verre landen’
◻ IN HET ijzige Groenland ontmoetten enkele verkondigers die een predikingstocht ondernamen, een jonge Noor die het boek Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping? van hen nam. Hij legde echter geen al te grote belangstelling aan de dag. Tijdens hun volgende bezoek aan deze afgelegen plaats, vertelde hij hun dat hij het boek een aantal keren had gelezen en meer boeken wilde hebben. Er werden verscheidene boeken en brochures bij hem achtergelaten. Hij vond het erg jammer te vernemen dat de verkondigers pas een jaar later konden terugkomen, maar hij kreeg het adres van de Getuigen. Tot hun verbazing stond hij een maand later bij hen voor de deur. Hij vertelde dat hij, toen hij met zijn sneeuwscooter op weg was naar zijn boot, door het ijs was gezakt en dat hij zes uur had gevaren om de Getuigen te bereiken. Hij wilde meer lectuur hebben en over de waarheid praten. Die avond bezocht hij de vergadering, en hij nam zich voor de vergadering eens per maand bij te wonen. Hij kwam ook voor het bezoek van de kringopziener en werd er bijzonder door aangemoedigd. Inmiddels heeft hij zich uit de kerk teruggetrokken en predikt hij het goede nieuws in zijn omgeving. Als hij ’s winters door het ijs verhinderd is om per boot naar de vergaderingen te komen, neemt hij een helikopter, wat hem ƒ 300,– per reis kost.
Hoevelen van ons moeten zich zo inspannen om vorderingen te maken in hun bediening?
◻ Op Madagaskar reageren veel mensen gunstig op het goede nieuws. Hoewel er slechts iets meer dan 3200 Koninkrijksverkondigers zijn, bezochten 16.205 personen de Gedachtenisviering ter herdenking van Christus’ dood. De broeders doen hun uiterste best om alle mensen op het eiland te bereiken.
Zo besloten zeventien van de dertig verkondigers van de gemeente Isaonjo getuigenis te geven in een gebied vele kilometers verderop. Zij verlieten hun dorp om half één ’s nachts. Twee uur liepen zij over steile paden en door modderige moerassen. Toen, om half drie ’s nachts, bereikten zij het tropische woud. Omdat het daar aardedonker was, struikelden sommige broeders en zusters over rotsblokken. Anderen vielen in waterplassen in rotsholten. Het woud was vergeven van de bloedzuigers, en ook insekten hadden het op hen voorzien. Vooral de zusters moesten het ontgelden. De modder reikte soms tot aan de knieën. Alle zeventien verkondigers liepen op een of andere manier verwondingen op, maar om half zeven in de ochtend kwamen zij ten slotte allemaal uit het woud te voorschijn!
De velddienst begon die ochtend om kwart voor zeven. De meeste mensen ontvingen de verkondigers vriendelijk. Eén vrouw die dit aanvankelijk niet deed, was gehuwd met een protestantse religieuze leider. Ze zei: „Ik heb mijn eigen religie; dat is voldoende voor mij. Ik weet precies wat er allemaal in de bijbel staat.” Zodra de verkondiger een exemplaar van De Wachttoren te voorschijn haalde, weigerde de vrouw hooghartig het aan te pakken met de woorden: „Ik heb genoeg te lezen.” Maar zij begon vragen te stellen: „Wie zijn jullie en waar komen jullie vandaan, en wie heeft jullie gestuurd?” Nadat de verkondigers hier zachtaardig op hadden geantwoord en in het kort hadden verteld wat een moeite zij zich hadden getroost om haar dorp te bereiken, nam de dame De Wachttoren aan en zei: „Ik zal het kopen. Wie weet zijn jullie wel door God gestuurd!”
Om half twee ’s middags verlieten de zeventien het gebied om de thuisreis te aanvaarden. Hun terugreis nam minder dan vier uur in beslag omdat het nog steeds dag was. Vermoeid maar veilig weer thuis, straalden hun gezichten van vreugde. Zij zeiden: „Het was voor ons zeventienen van de gemeente Isaonjo een onvergetelijke dag.”
Jehovah’s geest beweegt zijn opgedragen dienstknechten beslist het goede nieuws van het Koninkrijk „tot de verst verwijderde streek der aarde” te prediken, en velen reageren gunstig op de prijzenswaardige krachtsinspanningen van de Getuigen. — Handelingen 1:8.
[Illustratie op blz. 31]
De haven van Umanak, Groenland