Een katholiek dilemma
DE KATHOLIEKE KERK ziet zich tegenwoordig in verband met de Duivel voor twee problemen gesteld. Enerzijds moet ze de strijd aanbinden tegen een onder hedendaagse katholieken heersende neiging om het bestaan van de Duivel in twijfel te trekken. Anderzijds heeft ze te kampen met een vloed van onofficiële duivelbezweringen of uitbanningen van boze geesten.
Paus Johannes Paulus II herinnerde katholieke jongeren eraan dat zij het bestaan van de Duivel serieus moeten nemen. In een brief schreef hij: „Jullie dienen niet bang te zijn de eerste bewerker van slechtheid bij zijn naam te noemen: de Boze. Hij heeft zich bediend en bedient zich nog steeds van de tactiek om zichzelf niet te openbaren.”
Op overeenkomstige wijze verklaarde kardinaal Joseph Ratzinger, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer in Rome: „Wat de minder oordeelkundige theologen ook mogen zeggen, toch is de duivel, wat het christelijke geloof aangaat, een raadselachtige maar werkelijke, persoonlijke en niet slechts symbolische geest. Hij is een machtige realiteit.”
Kardinaal Ratzinger toonde zich ook zeer bezorgd over ongeoorloofde, met Satan verband houdende bijeenkomsten die in veel landen door katholieken worden gehouden. In een brief van 29 september 1985, gericht aan alle katholieke bisschoppen overal ter wereld, schreef hij: „Reeds enkele jaren lang worden er in bepaalde kerkelijke kringen steeds meer gebedsbijeenkomsten gehouden die ten doel hebben mensen van demonische invloeden te bevrijden.” Hij herinnerde de prelaten eraan dat het volgens de kerkelijke wet niet is toegestaan zulke bijeenkomsten te houden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de plaatselijke bisschop en dat deze toestemming alleen aan priesters verleend dient te worden. Geen enkele leek heeft het recht „de bezweringsformule tegen Satan en de gevallen engelen” uit te spreken.
Het Franse dagblad Le Figaro berichtte: „De plotselinge stijging in exorcismen en anti-Satan activiteiten heeft de laatste paar maanden in Italië ongekende hoogten bereikt, vooral in Turijn, waar kardinaal Anastasio Ballestrero juist zes nieuwe exorcisten had aangesteld.” Het Parijse dagblad International Herald Tribune bracht de kwestie in het wereldnieuws door te schrijven: „De belangstelling voor de mogelijke aanwezigheid van Satan in Turijn is slechts een onderdeel van een omvangrijkere discussie binnen de Rooms-Katholieke Kerk over de personificatie van het kwaad, die in de Schrift en in de leer van de kerk verschillend wordt aangeduid als ’de vorst van deze wereld’, ’de macht van de duisternis’, de ’slang van oudsher’, de ’lasteraar’.”
Jean Dutourd, een lid van de Franse Academie, maakte enkele interessante opmerkingen over de hedendaagse twijfels die mensen omtrent het bestaan van Satan hebben — zelfs katholieke prelaten. Hij schreef in het Franse dagblad L’Est-Républicain: „In deze tijd wordt geloof in God met afkeuring bezien, maar toch min of meer geduld. Geloof in de Duivel wordt echter als compleet belachelijk beschouwd. Alleen al het noemen van de naam Satan . . . komt bij intellectuelen, de bourgeoisie, de politici en ongetwijfeld ook bij een aanzienlijk aantal bisschoppen hoogst amusant over. Dat zij dit zo belachelijk vinden, verbaast me des te meer omdat de Duivel sedert 1914 zijn bijzondere aandacht op ons gericht schijnt te hebben.”
Spruit de noodzaak dat katholieken, onder wie enkele geestelijken, er door de paus en anderen aan herinnerd moeten worden dat Satan werkelijk bestaat, niet voort uit het feit dat de kerk eeuwenlang een grotere nadruk heeft gelegd op overlevering, filosofie en niet-bewezen wetenschappelijke theorieën dan op de bijbel?
De bovengenoemde vermelding van 1914 is inderdaad passend. Dat jaar wordt in de bijbelse profetieën gekenmerkt als het begin van „de laatste dagen” wanneer de Duivel als „de heerser van de wereld” zijn laatste wanhopige poging doet om de hele mensheid in het verderf te storten (2 Timótheüs 3:1; Johannes 14:30). Een katholieke bijbelvertaling zegt het als volgt: „Rampspoed is op komst — omdat de duivel in woede tot u is neergedaald, wetend dat hij maar weinig tijd over heeft.” Oprechte katholieken doen er goed aan het getuigenis van de bijbel te aanvaarden. Waarom? Omdat de huidige wereldtoestanden bewijzen dat „het koninkrijk van God nabij is”. — Openbaring 12:7-12; Lukas 21:25-31, The New Jerusalem Bible.
Aangezien dat Koninkrijk belooft een eind te maken aan alle onrechtvaardigheid en de oorzaken daarvan, zal het niet lang meer duren of de Duivel en zijn handlangers zullen uit de weg geruimd worden. Alleen mensen die weten dat de Duivel bestaat, kunnen echter een standpunt tegen zijn heerschappij innemen en de hoop koesteren te overleven. Hoe? Niet door exorcismen maar veeleer, zoals de apostel Paulus schreef, door „de volledige wapenrusting van God” aan te doen. Ja, Gods Woord is duidelijk: „Weerstaat de Duivel en hij zal van u wegvluchten.” — Efeziërs 6:11-18; Jakobus 4:7.
[Illustratie op blz. 26]
De Duivel en zijn demonen zijn naar de omgeving van de aarde geworpen. — Openbaring 12:9, 12
[Illustratieverantwoording op blz. 26]
Picture Book of Devils, Demons and Witchcraft/Ernst en Johanna Lehner/Dover