Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 1/3 blz. 18
  • Jehovah schraagt zijn getrouwe dienstknechten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah schraagt zijn getrouwe dienstknechten
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
  • Meer dan vijftig jaar „Kom over”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1974
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1974
  • Wie Jehovah’s weg bewandelen, worden rijk gezegend
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 1/3 blz. 18

Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit

Jehovah schraagt zijn getrouwe dienstknechten

JEZUS heeft gezegd: „Een slaaf is niet groter dan zijn meester. Indien zij mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen” (Johannes 15:20). Maar Jehovah’s getrouwe dienstknechten hebben de verzekering ontvangen dat hij hen zal schragen (Psalm 18:2; Nahum 1:7). In een Afrikaans land waar het vreedzame werk van Jehovah’s Getuigen ernstig aan banden is gelegd, schraagt Jehovah zijn dienstknechten ondanks slaag en arrestaties, zoals uit het volgende bericht blijkt:

„Een kringopziener en vier plaatselijke broeders werden zonder vorm van proces gearresteerd en gevangengezet in een kleine ruimte die normaal voor zwerfhonden wordt gebruikt”, zo luidt het bericht. „Zij werden daar 123 dagen vastgehouden terwijl zij niets anders dan hun ondergoed aan hadden en mochten de ruimte zelfs niet verlaten om hun behoefte te doen.” Toen een parlementslid over de onmenselijke toestanden hoorde, tekende hij protest aan, en na 123 dagen werden de broeders uiteindelijk vrijgelaten. Jehovah heeft deze getrouwe broeders door zijn geest geschraagd.

Nog een ervaring uit ditzelfde land toont aan hoe heilzaam de uitwerking van ons predikingswerk is. Het bericht vermeldt: „In één dorp stonden de mensen bekend om hun gewelddadigheid en opstandigheid. Maar nadat Jehovah’s Getuigen er hadden gepredikt, begonnen velen de plaatselijke autoriteiten te respecteren en deel te nemen aan de wekelijkse gemeenschappelijke werkzaamheden aan de wegen.” Een plaatselijk hoofd wilde weten wat de reden vormde voor deze verandering in houding van de mensen en kreeg te horen: „Het kwam door de prediking van de ’voorganger’ van Jehovah’s Getuigen.” „Op zekere dag nodigde dit hoofd mij bij zich thuis uit”, zegt de Getuige, „en moedigde mij aan met dit goede werk door te gaan. Hij gaf mij als geschenk een grote kip om die met mijn gezin op te eten.” Bij een andere gelegenheid bracht de plaatselijke burgemeester een bezoek bij de broeder, waarna de broeder hem binnennodigde en getuigenis gaf. De burgemeester „vroeg om enkele tijdschriften en zei: ’Wij menen niet dat u schadelijke activiteiten beoefent. Blijf beroep aantekenen. Wij hebben niet het bevel ontvangen u te arresteren. Ik denk dat de staat uw probleem snel zal behandelen.’”

Een speciale pionier schrijft: „Nadat de secretaris van de politieke partij beschuldigingen aan mijn adres had geuit, gaf het plaatselijke hoofd bevel tot mijn arrestatie en gevangenzetting in een vuile cel waarin zich dierlijke urine en uitwerpselen bevonden. Ik werd vijf dagen in dit donkere hol opgesloten. Op weg ernaar toe bad ik tot Jehovah en bracht ik mij Psalm 50:15 te binnen. De bewakers daar hadden medelijden met mij en deden de deur niet geheel dicht, zodat ik wat frisse lucht kon inademen. Na vijf dagen in deze gevangenis gezeten te hebben, werd ik op de proef gesteld doordat zij mij een bok brachten die ik zonder geleide bij het plaatselijke hoofd moest afleveren. Aangezien ik niet vluchtte, kreeg ik elke dag van 3.00 uur n.m. tot 7.00 uur n.m. vrij. Ik kon met de broeders en zusters bijeenkomen en wij konden samen prediken. Hoewel ik in deze moeilijke tijd ziek werd en mijn vijanden hoopten dat ik zou sterven, heeft Jehovah mij nooit in de steek gelaten. Deze ervaring heeft mij dicht tot Jehovah gebracht, en ik ben er zeker van dat vervolging mij nooit van Jehovah’s volk zal scheiden.” — Vergelijk Romeinen 8:35-39.

Jehovah’s Getuigen hebben waardering voor de wijze waarop God hen in moeilijke tijden schraagt. Zij waarderen het ook wanneer mensen hen vriendelijk bejegenen als zij bezig zijn met dit uiterst belangrijke, levenreddende werk van de prediking van het goede nieuws. Jehovah zal een dergelijke vriendelijkheid niet vergeten. — Matthéüs 25:40.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen