Gerechtigheid voor allen — Zal het ooit zover komen?
BEZOEKERS van de historische Old Bailey, het gebouw van het centrale gerechtshof voor strafzaken in Londen, zien boven op het gebouw een standbeeld van een vrouw die de gerechtigheid symboliseert. In één hand houdt zij een weegschaal, om te kennen te geven dat al het bewijsmateriaal zorgvuldig zal worden afgewogen. Met haar andere hand omklemt zij een zwaard, om de onschuldigen te beschermen en de schuldigen te straffen. Op tal van andere plaatsen kunt u varianten zien van dit symbool, soms met Justitia geblinddoekt ten teken van haar onpartijdigheid.a
U zou u echter kunnen afvragen: ’Is er ook maar één land waar datgene wat zij symboliseert, namelijk gerechtigheid voor allen, werkelijk bestaat?’ Natuurlijk zijn er in elk land wetten, alsook personen die op de naleving ervan toezien. En verder zijn er rechters en rechtbanken. Zeker, veel mensen met hoogstaande principes hebben getracht de rechten van de mens hoog te houden en erop toe te zien dat er gelijke gerechtigheid voor allen is. Toch is het duidelijk dat hun pogingen grotendeels mislukt zijn. Vrijwel dagelijks zien, horen of lezen wij over corruptie, onbillijkheid en onrecht.
Neem nu eens het voorbeeld van een vrouw die voor de rechtbank moest verschijnen. Nog voordat haar schuld of onschuld was bewezen, liet de rechter haar weten dat hij het wat de aanklacht tegen haar betreft wel „in orde zou maken” als zij hem in een motel wilde ontmoeten, kennelijk voor een ongeoorloofde relatie. Ja, dikwijls is gebleken dat degenen van wie verwacht wordt dat zij voor de gerechtigheid instaan, corrupt of onbekwaam waren. Het tijdschrift Time berichtte dat in één Amerikaanse staat drie vijfde van de aan de hogere rechtbank verbonden rechters beschuldigd werd van ethisch onverantwoorde praktijken om een mederechter te helpen.
Wanneer mensen bovendien horen hoe misdadigers steeds maar weer hun straf ontlopen, worden velen tamelijk cynisch en zijn zij eerder geneigd zelf de wet te overtreden (Prediker 8:11). Over de situatie in Nederland lezen wij: „Veel Nederlanders stellen de politici aansprakelijk voor het aanmoedigen van de toegeeflijkheid die de misdaad in de hand werkt. Anderen beschuldigen de rechtbanken, vooral rechters . . . die minimale, soms absurd lichte straffen blijven opleggen.” Maar bij onze wanhopige behoefte aan gerechtigheid is meer betrokken dan verbetering van de instanties die de wet moeten handhaven en van het rechtsstelsel.
Zoals u weet, wordt in veel landen een rijke minderheid steeds rijker, terwijl de grote massa arm is en met economisch onrecht te kampen heeft. Zulk onrecht heerst wanneer mensen wegens hun huidkleur, etnische achtergrond, taal, geslacht of godsdienst weinig gelegenheid hebben hun situatie te verbeteren, ja zelfs maar in hun meest fundamentele levensbehoeften te voorzien. Het gevolg is dat miljoenen mensen door armoede, honger en ziekte worden gekweld. Terwijl veel mensen in welvarender landen profijt trekken van geavanceerde medische behandelingsmethoden, lijden en sterven talloze miljoenen omdat zij zich nog niet eens de hoogst noodzakelijke geneesmiddelen of zelfs maar schoon water kunnen permitteren. Praat met hen maar eens over gerechtigheid! Zij ondervinden onrecht van de wieg tot het graf. — Prediker 8:9.
En wat te zeggen van de schijnbare onrechtvaardigheden die het vermogen van de mens om ze te verhelpen, te boven blijken te gaan? Denk eens aan de baby’s die met aangeboren gebreken — blind, geestelijk gehandicapt of misvormd — worden geboren. Zou een vrouw het als gerechtigheid ervaren wanneer haar baby mismaakt of dood ter wereld kwam, terwijl andere vrouwen in haar omgeving gezonde kleintjes knuffelden? Zoals de nu volgende bespreking zal aantonen, zullen dergelijke schijnbare onrechtvaardigheden worden hersteld.
Stemt u, nu wij dit punt in de geschiedenis hebben bereikt, echter niet in met wat de bijbel in Prediker 1:15 zegt? Daar gaf een wijze en ervaren koning toe dat de situatie vanuit menselijk standpunt beschouwd als volgt was: „Dat wat krom is gemaakt, kan niet recht worden gemaakt, en dat wat ontbreekt, kan onmogelijk worden geteld.”
Een nog beroemder man was Jezus Christus. In Lukas 18:1-5 lezen wij zijn illustratie betreffende een rechter „die geen vrees voor God koesterde noch achting voor de mens bezat”. Nu, er was een weduwe die steeds weer bij die rechter aanklopte om het recht te verkrijgen dat de wet haar toekende. Doch Jezus zei dat de goddeloze rechter haar alleen maar hielp omdat haar aanhoudende gesmeek hem begon te vervelen. U ziet dus wel dat Jezus zich ervan bewust was dat onrecht algemeen voorkwam. Hij werd trouwens later zelf op grond van een valse beschuldiging gemarteld en terechtgesteld, nog een geval van grove rechtsverkrachting!
Velen geloven dat er een God is die zich om onrecht bekommert. Tijdens een mis in een zeker Middenamerikaans land zei paus Johannes Paulus II: „Wanneer u een man onder uw voeten vertrapt, wanneer u zijn rechten schendt, wanneer u flagrante onrechtvaardigheden jegens hem begaat, wanneer u hem martelt, zijn huis binnendringt en hem ontvoert of inbreuk maakt op zijn recht om te leven, begaat u een misdaad en een ernstig vergrijp tegen God.” Prachtige woorden. Maar de onrechtvaardigheden duren voort. In dat land lijden acht van de tien kinderen onder de vijf jaar aan ondervoeding. Twee procent van de mensen bezit tachtig procent van het bouwland.
Is er dus eigenlijk wel een God die zich zulke vreselijke onrechtvaardigheden werkelijk aantrekt, een God die zich zelfs zal bekommeren om de onrechtvaardigheden waaronder u te lijden hebt? Zal hij er ooit op toezien dat er gerechtigheid komt?
[Voetnoten]
a Op onze omslagfoto staat Justitia aan een fontein in Frankfurt am Main afgebeeld. Het standbeeld op deze pagina bevindt zich op een openbaar gebouw in Brooklyn (New York).