Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
Jehovah zegende hun standpunt voor zijn wet
IN EEN land in het Midden-Oosten repareerde een vader aan de kant van de weg een lekke band toen een auto zijn vierjarige zoontje aanreed en vervolgens snel doorreed. Met het gewonde kind op zijn moeders schoot reed de vader naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, waar hij evenwel werd doorverwezen naar een ander ziekenhuis, 26 kilometer verderop. De arts stelde vast dat de jongen inwendige bloedingen had en een operatie moest ondergaan met een daaraan verbonden bloedtransfusie. Acht andere artsen waren het daarmee eens. Aangezien de ouders Gods wet inzake bloedtransfusie kenden, gaven zij geen toestemming. De arts dreigde: „U hebt slechts vijf minuten om een beslissing te nemen, anders zullen wij uw kind niet aanraken, zelfs niet als u achteraf nog met een bloedtransfusie zou instemmen.” Intussen bleef de maag van het kind opzwellen en werd de toestand kritiek.
De vleselijke broer van de vader, die niet in de waarheid is, oefende druk uit op de vader om een bloedtransfusie toe te staan. Hij zei zelfs: „Zie de jongen alsjeblieft niet als jouw kind, maar als het mijne. Aangezien jouw geweten je kwelt, zal ik de verantwoordelijkheid dragen, en ook de ziekenhuiskosten op me nemen, zodat het kind het voor hem zo noodzakelijke bloed kan worden gegeven. Dit is je enige zoon.” De druk was moeilijk te dragen, maar de ouders bleven standvastig in hun beslissing.
Zij namen de jongen mee en gingen op zoek naar een bepaald ziekenhuis, maar zij raakten de weg kwijt. Toevallig zagen zij een bord met een aanduiding van een ander ziekenhuis en zij gingen erheen, hoewel het niet het ziekenhuis was dat zij zochten. Na de jongen te hebben onderzocht, zei de arts: „De zwelling van de maag van het kind kan op interne bloedingen duiden maar het hoeft niet. Laat de jongen eerst slapen, en morgen zullen wij onderzoeken wat er aan de hand is.” De onderzoeken gaven te kennen dat er geen bloedingen waren, maar dat de opzwelling te wijten was aan het ongeluk. Er bestond geen noodzaak voor een operatie. De arts zei zelfs dat een operatie zeer gevaarlijk had kunnen zijn. „Jehovah zij gedankt”, zeiden de ouders, „dat hij onze zoon heeft beschermd en ons naar het juiste ziekenhuis en de juiste arts heeft geleid.”
Hoe is de situatie nu, tien jaar later? De vader vertelt: „Mijn vleselijke broer die in het ziekenhuis zo’n druk op mij had uitgeoefend, ging ons standpunt begrijpen en Jehovah’s leiding in deze zaak beseffen. Dit wekte zijn belangstelling voor de waarheid, die hij aanvaardde, en nu is hij gedoopt en dient als ouderling in de gemeente. Samen met hem dienen zijn vrouw en kinderen Jehovah ijverig. Mijn twee andere broers zijn ook in de waarheid met hun gezinnen en een van hen dient als dienaar in de bediening. Mijn vader en moeder werden, ondanks hun hoge leeftijd, kort geleden gedoopt. Dus hoewel het voor mijn vrouw en mij een verschrikkelijke ervaring was, heeft alles ertoe geleid dat ongeveer dertig familieleden van mij de waarheid hebben aanvaard; sommigen zijn reeds gedoopt en dienen als ouderling en dienaar in de bediening, anderen maken vorderingen in de richting van de doop. Mijn nu veertienjarige zoon is een gezonde, ijverige verkondiger en ziet naar zijn doop uit. Wat zijn mijn vrouw en ik Jehovah dankbaar dat hij ons heeft geholpen de juiste beslissing te nemen in overeenstemming met zijn in Handelingen 15:29 vermelde wet”!
[Illustratie op blz. 27]
„[Blijft u] onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed”