Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
Jehovah zegent rechtschapenheidbewaarders op Cyprus
JEZUS zei tot zijn volgelingen: „Indien zij mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen” (Johannes 15:20). En Jehovah zei bij monde van de profeet Jesaja: „Geen enkel wapen dat tegen u gesmeed zal worden, zal succes hebben” (Jesaja 54:17). Deze uitspraken zijn beide waar gebleken op Cyprus, waar de rechtschapenheid bewarende getuigen van Jehovah druk bezig zijn met de prediking van het goede nieuws.
◻ „De Grieks-Orthodoxe Kerk is zeer actief in haar pogingen ons werk te ondermijnen”, vermeldt een verslag uit dat land. „De priesters verspreiden traktaten waarin zij ons van allerlei dingen betichten en de mensen zeggen gesprekken met Jehovah’s Getuigen te vermijden. Zij bezoeken zelfs personen die met de Getuigen de bijbel bestuderen en trachten hen te ontmoedigen. In Paphos probeerde een priester-theoloog drie verschillende personen ervan te overtuigen dat zij niet langer met Jehovah’s Getuigen de bijbel moesten bestuderen. Bij verschillende gelegenheden nodigde elk van de drie een broeder uit om met deze theoloog te praten. Gelukkig zijn zij alle drie nu actief met Jehovah’s organisatie verbonden.” Dit ergerde de priester natuurlijk, die opmerkte: „Ik ben niet van plan om ooit nog met Jehovah’s Getuigen te spreken.” Sommige priesters gingen zelfs zo ver dat zij enkele broeders die aan het prediken waren, sloegen. Gewoonlijk hebben deze inspanningen van de geestelijken echter een averechtse uitwerking, en nu nemen meer mensen hun standpunt voor Jehovah in.
◻ De volgende ervaring uit Cyprus toont aan dat het onder tegenstand bewaren van rechtschapenheid zegeningen afwerpt. De man van een vrouw werd in de oorlog van 1974 gedood, zodat zij alleen achterbleef met de zorg voor een dochtertje. De vrouw hertrouwde. Teleurgesteld door de huichelarij van de geestelijken en de onzekerheid van de toekomst, stemde zij toe in een bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen. Zij maakte snel vorderingen en begon haar familieleden te vertellen over de goede dingen die zij leerde. Er laaide tegenstand op. De grootste beproeving kwam toen haar vijftienjarige dochter opmerkte: „Ik heb mijn vader verloren en als u de studie met Jehovah’s Getuigen niet laat varen, zal ik u niet langer als mijn moeder erkennen. Ik zal een wees zijn.” Toch bleef de vrouw studeren.
Op zekere dag bezocht het meisje een vriendinnetje in het ziekenhuis. De patiënte in het bed naast haar had net bezoek van een Getuige, een familielid van haar, toen een priester dezelfde patiënte kwam opzoeken. Er ontspon zich een gesprek tussen de broeder en de priester. De broeder was kalm en tactvol, terwijl hij de bijbel gebruikte om zijn standpunt uiteen te zetten. De priester daarentegen was agressief. Hij sprak met stemverheffing, maar opende de bijbel geen enkele keer. Het meisje sloeg het tafereel gade en kwam onder de indruk van de vriendelijkheid van de broeder en het feit dat hij de bijbel gebruikte. Diezelfde avond, toen de broeder en zijn vrouw bij haar moeder kwamen voor de bijbelstudie, vertelde het meisje wat er in het ziekenhuis was gebeurd en vroeg hun: „Zou u ook met mij kunnen studeren?” Nu studeert het meisje tweemaal per week en haar stiefvader studeert eveneens. De moeder is inmiddels een gedoopte verkondigster.
Jehovah zegent zijn rechtschapenheid bewarende dienstknechten op Cyprus beslist!
[Illustratie op blz. 7]
De apostel Paulus ondervond ook tegenstand in Paphos