Schitterende toename „achter de bergen”
HAÏTI was de eerste zwarte republiek in het Westen die onafhankelijkheid verwierf. De naam is afkomstig uit de taal van de Arawak-Indianen en betekent „bergen”. Er is zelfs een oud creools spreekwoord dat luidt: „Achter de bergen zijn bergen.” Dit is een goede beschrijving van het Haïtiaanse landschap.
De afgelopen jaren is hier „achter de bergen” iets opmerkelijks gebeurd. Steeds meer mensen hebben gunstig op de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk gereageerd en hun standpunt ingenomen voor Jehovah en zijn aangestelde Koning (Jesaja 60:22). Omstreeks 1980 berichtten gemiddeld bijna 3000 verkondigers elke maand velddienst, en het bijkantoor in de hoofdstad Port-au-Prince was te klein om in hun behoeften te voorzien. Er moest een nieuw pand komen. In november 1984 werd derhalve begonnen met de constructie van een gloednieuw gebouw in Santo, schitterend gelegen aan de rand van Port-au-Prince.
Eerst moest het terrein worden omheind met een ruim 1200 meter lange muur. Een plaatselijke firma maakte de betonnen panelen voor deze muur maar nam plaatselijke Getuigen in dienst, terwijl veel vrijwilligers in de weekeinden werkten, om het project klaar te krijgen. Toen werd met de bouwwerkzaamheden begonnen, en gedurende een periode van drie jaar hebben wel honderd vrijwilligers uit de gemeenten in Port-au-Prince in de weekeinden geholpen. Uit de Verenigde Staten, Canada en andere landen kwamen leden van het Internationale vrijwillige-bouwvakkersprogramma — velen op eigen kosten — om een handje te helpen.
Naarmate de bouw vorderde, ontwikkelde zich een onvoorzien probleem. Aan één kant van het terrein bevindt zich een ravijn. Tijdens het regenseizoen stroomt daar een ware rivier door die een aanzienlijke erosie veroorzaakt. Als gevolg hiervan zou de muur rond dat deel van het terrein uiteindelijk instorten. Daarom werd er in de eigenlijke rivierbedding een steunmuur gebouwd, zodat het terrein nu goed beschermd is tegen de onstuimige wateren die in het regenseizoen voorbijrazen.
Met Jehovah’s hulp kwam er uiteindelijk een schitterend bouwwerk gereed. Het bijkantoor is een U-vormig gebouw dat uit beton en steenblokken is opgetrokken. De linkervleugel bevat acht slaapkamers, een wasserij en een bibliotheek. In de rechtervleugel bevindt zich het lectuurdepot. In het voorste gedeelte van het gebouw biedt een ruime hal royaal plaats aan de broeders en zusters die op verschillende tijden gedurende de maand uit allerlei delen van het land komen om tijdschriften en lectuur voor hun respectieve gemeenten op te halen. Aan de voorkant bevinden zich ook de kantoren, de eetzaal en de keuken.
Tegelijk met het bijkantoor werd op het terrein een nieuwe congreshal gebouwd, die aan ongeveer 3000 personen plaats biedt. Twee wanden van de zaal zijn open, zodat degenen die binnen zitten, voortdurend door de heersende winden worden verkoeld — een aangename verkwikking gezien de hete Haïtiaanse zon. De hal bevat ook een moderne, volledig uitgeruste keuken en faciliteiten om verfrissingen uit te delen, evenals een doopbassin en een timmerwerkplaats. In de smaakvol aangelegde tuin staan tropische struiken en bloemen.
Aan het begin van 1987 was het aantal Getuigen „achter de bergen” tot meer dan 4700 toegenomen. Wat was het voor hen allen een grootse gebeurtenis om op 25 januari 1987 bijeen te komen voor de inwijding van deze twee schitterende gebouwen! Sommige buitenlandse broeders die eerder op het terrein hadden gewerkt, kwamen met hun gezin terug om de gebeurtenis mee te maken.
Het inwijdingsprogramma begon in de vroege namiddag, toen de verschillende leden van het bijkantoorcomité toelichtten hoe noodzakelijk de nieuwe gebouwen waren wegens de schitterende toename die op Haïti plaatsvond. Na een korte pauze werden de 5384 aanwezigen onthaald op een diaprogramma waarin de verschillende fases van de bouwwerkzaamheden werden getoond.
Tot slot hield Charles Molohan, een bezoekende zoneopziener uit Brooklyn (New York), de inwijdingslezing. Broeder Molohan sprak over de belangrijkheid van bouwen voor de ware christelijke aanbidding. Hij besprak hoe Noach en zijn gezin tot de eerste bouwvakkers behoorden. Dat zij hun werktoewijzing getrouw volbrachten, betekende overleving voor de menselijke familie, alsook het voortduren van de ware aanbidding op aarde. Nog een oud bouwproject was Herodes’ tempel, maar die werd uiteindelijk verwoest omdat hij niet ter bevordering van de ware aanbidding werd gebruikt (Matthéüs 23:38). In deze tijd moeten wij er druk mee bezig zijn geloof en andere christelijke hoedanigheden op te bouwen om een soortgelijke ramp te vermijden.
Het was beslist een stimulerende en vreugdevolle dag. Toen alles voorbij was, keerden de aanwezigen naar huis terug in de wetenschap dat dit nieuwe bouwwerk in het land „achter de bergen” een uiterst belangrijke rol zal blijven spelen in het bijeenbrengen van ware aanbidders in dit deel van het Caribische gebied.
[Illustraties op blz. 31]
De congreshal (rechtsboven) en het nieuwe bijkantoor