Zijn vergaderingen verboden terrein voor kinderen?
’BABY’S en kinderen dienen nooit naar het huis van God meegenomen te worden.’ Zo dacht de bekende bijbelcommentator Adam Clarke erover. Bij wijze van tegemoetkoming maakte hij uiteraard een uitzondering voor de tot armoede vervallen moeder die ’niemand had om tijdens haar afwezigheid voor haar kind te zorgen’. Zulke personen kon worden toegestaan hun kinderen naar de kerk mee te nemen, „ook al is het storend voor de gemeente en voor sommige predikanten om een kind te horen huilen”.
Clarke baseerde het vooroordeel dat hij tegen kinderen had op de bijbeltekst in Nehemía 8:2, waar staat: „Bijgevolg bracht de priester Ezra op de eerste dag van de zevende maand de wet vóór de gemeente van zowel mannen als vrouwen en allen die genoeg begrip hadden om te luisteren.” Zo’n uitleg druist echter in tegen de geest van Deuteronomium 31:12: „Roep het volk bijeen, de mannen en de vrouwen en de kleinen . . . opdat zij mogen luisteren en opdat zij mogen leren.” — Zie ook 2 Timótheüs 3:15.
Met het oog hierop schijnt Nehemía dus niet in gedachten gehad te hebben iemand van deze vergadering uit te sluiten. De bedoeling van de uitnodiging was waarschijnlijk veeleer allen te omvatten die „genoeg begrip hadden om te luisteren” en hen tot volledige deelneming aan te moedigen! Wat zou het onredelijk geweest zijn te verlangen dat de ouders hun kinderen onverzorgd achterlieten!
Het is interessant dat Jehovah’s Getuigen er in deze tijd toe worden aangemoedigd hun baby’s en kinderen naar de christelijke vergaderingen mee te nemen. Het is waar dat dit soms kleine stoornissen en een zekere mate van druk voor de ouders kan veroorzaken. Maar christelijke ouders spannen zich in om hun kinderen te leren rustig te zitten. Na verloop van tijd zullen hun kleintjes ’genoeg begrip hebben om te luisteren’ en levenschenkende inlichtingen in zich op te nemen. — Hebreeën 10:24, 25.