Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
De „andere schapen” van de Heer bijeenvergaderen in Australië
„IK WIL alle natiën schudden, en de begeerlijke dingen van alle natiën moeten binnenkomen”, schreef de profeet Haggaï meer dan 2500 jaar geleden (Haggaï 2:7). In deze tijd zijn zulke begeerlijke personen werkelijk in drommen naar Jehovah’s huis van aanbidding gestroomd. Maar soms lijken zij aanvankelijk door hun uiterlijk misschien niet zo begeerlijk, zoals de volgende ervaring uit Australië laat zien:
◻ Toen een broeder op een zondag naar de vergadering reed, deed hij iets wat hij nog nooit eerder had gedaan: Hij stopte om een lifter mee te nemen. De broeder wist niet waarom hij het deed, want de jongeman had lang, onverzorgd haar en een baard, was haveloos gekleed en stak niet eens zijn duim op. De broeder had zomaar opeens het gevoel dat hij moest stoppen en hem meenemen. Toen de jongeman instapte, zei hij: „U gaat toch naar de kerk, hè?” Verbaasd antwoordde de broeder: „Ja, inderdaad, ik ga naar de Koninkrijkszaal.” „Ik ga met u mee”, zei de jongeman.
Vanwege het uiterlijk van de jongeman probeerde de broeder hem dit uit het hoofd te praten. Maar hij stond erop mee te gaan en vertelde zijn verhaal: Op zestienjarige leeftijd was hij het huis uitgegaan en sindsdien was hij diep verwikkeld geraakt in druggebruik en immoraliteit. Hij woonde onder een stuk plastic achter de duinen bij het strand. Daar was hij ernstig gaan nadenken over de zin van het leven. Wat er van hem geworden was, beviel hem niet en daarom had hij God gebeden om hulp. Hij vertelde dat hij tegen God had gezegd dat hij naar de weg zou gaan en had gebeden of Hij iemand ertoe wilde aanzetten hem mee te nemen en naar de juiste kerk te brengen. Er komen weinig auto’s langs die eenzame weg. In de loop van verscheidene uren waren er slechts drie geweest en geen van alle hadden ze voor hem gestopt. Hij stond op het punt het op te geven toen onze broeder hem meenam.
Die week bezocht hij alle vergaderingen en begon hij zichzelf onder handen te nemen. Hij deed zelfs het kruis af dat hij om zijn nek had gedragen. Hij besloot naar zijn huis in Tasmanië terug te keren, waar hij een maand doorbracht met lezen in de bijbel en bidden. Daar hij inzag dat hij persoonlijke hulp nodig had om verdere vorderingen te kunnen maken, begaf hij zich naar het Australische bijkantoor van het Wachttorengenootschap. Er werden enkele pioniers gestuurd om met hem te studeren, en hij maakte snel vorderingen. De waarheid uit de bijbel gaf zijn leven zin en schonk hem een hoop voor de toekomst (Spreuken 10:28). Binnen zeven maanden werd hij gedoopt en ging hij in de hulppioniersdienst, en thans dient hij als gewone pionier in Sydney.
◻ Wij kunnen ’de leer van onze Redder, God, sieren’ door in ons gedrag aan bijbelse beginselen vast te houden (Titus 2:10). Dit werd geïllustreerd door het geval van een broeder die in dienst was van een bedrijf waar een arbeidsconflict rees over de export van schapen en rundvee. Elk van de arbeiders werd gevraagd één dollar bij te dragen om de protestactie te steunen. Toen de broeder weigerde, dreigde de vakbondsfunctionaris dat het hem zijn baan zou kosten. De broeder legde hem uit dat zijn geweten hem niet toestond het organiseren van de rel te steunen. De vakbondsfunctionaris gaf hem een uur bedenktijd.
Nu werd de broeder het mikpunt van spot van de zijde van zijn medearbeiders. Hij legde hun uit dat het niet om die dollar ging, maar dat hij, aangezien sommigen die bij het conflict betrokken waren, geweren en knuppels bij zich hadden, bloedschuld op zich zou laden als hij hen steunde en er iemand gewond raakte of gedood werd. Eén arbeider zei dat hij dit gezichtspunt nog nooit had gehoord en wilde er meer van weten. Na verloop van tijd kon de broeder een studie met deze arbeider beginnen en ondanks tegenstand van zijn vrouw begon de man weldra de vergaderingen te bezoeken. Hij is thans een opgedragen broeder van ons. En die vakbondsfunctionaris is nooit meer teruggekomen om de broeder naar zijn beslissing te vragen.
Allen die God en rechtvaardigheid liefhebben, zullen beslist op een of andere manier met de waarheid in aanraking komen en die herkennen. Jezus zei: „Ik heb nog andere schapen . . . die moet ik brengen, en zij zullen naar mijn stem luisteren” (Johannes 10:16). Meer dan 42.000 van deze „andere schapen” in Australië hebben al naar de stem van de Voortreffelijke Herder geluisterd, en iedere dag worden er meer bijeenvergaderd aan de rechterhand van Jezus’ gunst. — Matthéüs 25:31-34.
[Inzet op blz. 22]
Wij kunnen ’de leer van onze Redder, God, sieren’ door ons goede gedrag