Jezus’ leven en bediening
Nieuwe wonderen in Kapérnaüm
OP DE sabbat nadat Jezus zijn eerste vier discipelen — Petrus, Andréas, Jakobus en Johannes — geroepen heeft, gaan zij allemaal naar een plaatselijke synagoge in Kapérnaüm. Daar begint Jezus te onderwijzen, en de mensen staan versteld omdat hij hen onderwijst als iemand die autoriteit heeft en niet zoals de schriftgeleerden.
Op deze sabbat is er een man aanwezig die door een demon bezeten is. Na een poosje roept hij luidkeels: „Wat hebben wij met u te maken, Jezus, gij Nazarener? Zijt gij gekomen om ons om te brengen? Ik weet precies wie gij zijt: de Heilige Gods.”
In werkelijkheid is de demon die de man in zijn greep heeft een van Satans engelen. Jezus bestraft de demon en zegt: „Zwijg, en ga van hem uit!”
Welnu, de demon bezorgt de man een stuiptrekking en schreeuwt uit alle macht. Maar hij gaat van de man uit zonder hem letsel toe te brengen. Iedereen staat gewoonweg versteld! „Wat is dit?” zo vragen zij. „Zelfs de onreine geesten beveelt hij op gezaghebbende wijze en zij gehoorzamen hem.” Het nieuws hierover verbreidt zich in de hele omgeving.
Als Jezus en zijn discipelen de synagoge verlaten, gaan zij naar het huis van Simon, ofte wel Petrus. Daar ligt Petrus’ schoonmoeder ernstig ziek en met hoge koorts in bed. ’Help haar alstublieft’, smeken zij. Daarom gaat Jezus naar haar toe, pakt haar bij de hand en richt haar op. Zij is op slag genezen en gaat een maaltijd voor hen klaarmaken!
Later, na zonsondergang, komen de mensen van alle kanten met hun zieken naar Petrus’ huis. Weldra staat de hele stad voor de deur! En Jezus geneest al hun zieken, welke kwalen zij ook hebben. Hij bevrijdt zelfs degenen die door demonen bezeten zijn. Als de demonen die hij uitdrijft, van de mensen uitgaan, schreeuwen zij: „Gij zijt de Zoon van God.” Maar Jezus bestraft hen en staat hun niet toe te spreken, omdat zij weten dat hij de Christus is. Markus 1:21-34; Lukas 4:31-41; Matthéüs 8:14-17.
◆ Wat gebeurt er in de synagoge op de sabbat nadat Jezus zijn vier discipelen heeft geroepen?
◆ Waar gaat Jezus heen als hij de synagoge verlaat, en welk wonder verricht hij daar?
◆ Wat gebeurt er later op dezelfde avond?
[Paginagrote illustratie op blz. 9]