Jezus’ leven en bediening
Johannes neemt af, Jezus neemt toe
NA HET Pascha in de lente van 30 G.T. vertrekken Jezus en zijn discipelen uit Jeruzalem. Zij gaan echter niet terug naar Galiléa, waar zij wonen, maar zij trekken het land van Judéa in en dopen daar. Johannes de Doper doet ditzelfde werk nu al ongeveer een jaar, en nog steeds sluiten discipelen zich bij hem aan.
Jezus doopt eigenlijk niet zelf, maar zijn discipelen doen het onder zijn leiding. Hun doop is net als die van Johannes een symbool van het feit dat een jood berouw heeft van zijn zonden tegen Gods wetsverbond. Na zijn opstanding geeft Jezus zijn discipelen echter de opdracht mensen onder te dompelen in een doop die een andere betekenis heeft. De christelijke doop is een symbool dat iemand zich heeft opgedragen om Jehovah God te dienen.
Maar op dit vroege tijdstip in Jezus’ bediening onderwijzen en dopen zowel Johannes als hij, hoewel zij afzonderlijk werken, mensen die berouw hebben. Johannes’ discipelen worden echter jaloers en beklagen zich bij hem over Jezus: „Rabbi, . . . zie, die is aan het dopen en allen gaan naar hém toe.”
In plaats van jaloers te zijn, is Johannes echter verheugd over het succes van Jezus, en hij wil dat ook zijn discipelen zich verheugen. Hij houdt hun voor: „Gijlieden zelf getuigt van mij dat ik heb gezegd: Ik ben de Christus niet, maar ik ben vóór hem uitgezonden.” Dan gebruikt hij een prachtige illustratie: „Hij die de bruid heeft, is de bruidegom. De vriend van de bruidegom echter, die erbij staat en hem hoort, heeft grote vreugde om de stem van de bruidegom. Daarom is deze vreugde van mij volkomen geworden.”
Johannes had zich, als de vriend van de bruidegom, zo’n zes maanden geleden al verheugd toen hij zijn discipelen aan Jezus voorstelde. Enkelen van hen werden toekomstige leden van Christus’ hemelse bruidsklasse, die zou bestaan uit met de geest gezalfde christenen. Johannes wil dat de discipelen die hij nu heeft ook Jezus gaan volgen, aangezien het zijn doel is de weg te bereiden voor Christus’ succesvolle bediening. Johannes legt uit: „Hij moet blijven toenemen, maar ik moet blijven afnemen.”
Niet lang daarna wordt Johannes door koning Herodes gearresteerd. Herodes heeft Heródias, de vrouw van zijn broer Filippus, voor zichzelf genomen, en als Johannes in het openbaar verklaart dat zijn handelwijze onbehoorlijk is, laat Herodes hem in de gevangenis zetten. Als Jezus hoort dat Johannes gearresteerd is, vertrekt hij met zijn discipelen uit Judéa naar Galiléa. Johannes 3:22–4:3; Handelingen 19:4; Matthéüs 28:19; 2 Korinthiërs 11:2; Markus 1:14; 6:17-20.
◆ Wat is de betekenis van de doop die onder leiding van Jezus vóór zijn opstanding werd verricht? En wat was de betekenis van de doop na zijn opstanding?
◆ Hoe maakt Johannes duidelijk dat zijn discipelen zich ten onrechte beklagen?
◆ Waarom wordt Johannes gevangengezet?