Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/12 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie leidt Gods volk in deze tijd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2017
  • Hoe functioneert het Besturende Lichaam in deze tijd?
    Wie doen nu Jehovah’s wil?
  • Met het Besturende Lichaam in deze tijd samenwerken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Christus’ actieve leiderschap over zijn gemeente
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/12 blz. 31

Vragen van lezers

◼ Maakte de apostel Paulus deel uit van het christelijke besturende lichaam?

Het is redelijk de conclusie te trekken dat Paulus deel uitmaakte van het christelijke besturende lichaam in de eerste eeuw.

De inlichtingen die de bijbel over de samenstelling van het vroege besturende lichaam verschaft, zijn beperkt en staan voornamelijk in Handelingen hoofdstuk 15. Dat verslag geeft te kennen dat de groep mannen die in 49 G.T. het besturende lichaam vormde, bestond uit „de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem”. Wie waren dit? — Handelingen 15:2, 4, 6.

Jakobus, de halfbroer van Jezus, presideerde die vergadering waarop de vraag werd besproken of heidenen die tot het christendom waren bekeerd, zich moesten houden aan de Mozaïsche wet, met inbegrip van de besnijdenis. De apostel Petrus nam aan die bespreking deel. Het verslag noemt Judas (Barsabbas genaamd) en Silas als „mannen die de leiding hadden onder de broeders”, maar zegt niet specifiek dat zij deel uitmaakten van het besturende lichaam (Handelingen 15:7, 13, 22). Het punt is dat de bijbel geen volledige lijst verschaft met namen van degenen die het besturende lichaam vormden. Sommigen zijn van mening dat Paulus er wellicht geen deel van uitmaakte, aangezien hij een reizende zendeling was en aangezien hij de vraag van de gemeente in Syrisch Antiochië overbracht.

Het is waar dat Paulus niet een van „de twaalf” was die met Jezus hadden gewandeld, want Matthias was uitgekozen om Judas Iskáriot te vervangen.a Maar dat geldt ook voor de discipel Jakobus, hoewel hij duidelijk tot het besturende lichaam behoorde (Handelingen 6:2; 1:15-26). Bovendien was Jezus aan Paulus verschenen en had hij hem bestemd tot ’een uitverkoren vat om Zijn naam tot de natiën uit te dragen’. Paulus werd aldus „een apostel, noch vanwege mensen noch door bemiddeling van een mens, maar door bemiddeling van Jezus Christus en God”. Hij noemde zich „een apostel der natiën”. — Handelingen 9:3-6, 15; Galáten 1:1; Romeinen 11:13; 1 Korinthiërs 9:1; 15:7, 8.

Laten wij, als een verdere aanwijzing dat Paulus deel was gaan uitmaken van het lichaam van „apostelen en oudere mannen” die de gemeenten leidden, eens beschouwen wat hij door Gods kracht tot stand bracht. Paulus heeft veertien boeken van de christelijke Griekse Geschriften geschreven. Petrus stelt de geschriften van „onze geliefde broeder Paulus” gelijk met „de overige Schriften” (2 Petrus 3:15, 16). Paulus heeft op een in het oog springende wijze de leiding genomen in het verbreiden van het christendom en hij heeft op talloze manieren in leiding voor de gemeenten voorzien. Uit zijn geïnspireerde geschriften blijkt dat Paulus in sommige kwesties zelf beslissingen nam. Dat kon toen verwacht worden van een lid van het besturende lichaam als hij ver van het centrale lichaam verwijderd was en te maken had met langzame communicatiemiddelen (1 Korinthiërs 5:11-13; 7:10, 17). Maar andere keren legde hij kwesties aan het gehele lichaam voor, zoals door het verslag in Handelingen 15 wordt geïllustreerd.

Aan Titus schreef „Paulus, een slaaf van God en een apostel van Jezus Christus”: „Ik [heb] u op Kreta achtergelaten, opdat gij de dingen waaraan wat ontbrak, in orde zoudt brengen en in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen, zoals ik u orders heb gegeven” (Titus 1:1, 5). Als Paulus op reis was, sprak hij dus beslist in naam van het centrale besturende lichaam. — Handelingen 16:4, 5.

Dus ook al omvatte de toewijzing die Paulus van de Heer had ontvangen, uitgebreide reizen, als gevolg waarvan hij sommige vergaderingen van het centrale besturende lichaam moest missen, toch blijkt uit de wijze waarop hij door God en Christus werd gebruikt, dat hij deel uitmaakte van dat lichaam.

[Voetnoten]

a Tegen deze tijd was ook de apostel Jakobus ter dood gebracht. — Handelingen 12:2.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen