„Wij herinneren ons nog goed . . . de uien en het knoflook!”
Niet alleen waren er in het oude Egypte uien en knoflook in overvloed, maar klaarblijkelijk waren de daar gekweekte soorten van een bijzonder goede kwaliteit. In Plants and Trees of Scripture (Planten en bomen in de bijbel) beweerde de bijbelgeleerde F. Hasselquist dat „iedereen die in Egypte uien heeft geproefd, moet toegeven dat er nergens in de wereld betere te krijgen zijn”. Klaarblijkelijk werden uien en knoflook in grote hoeveelheden gegeten door de arbeiders die aan de piramiden werkten. De Griekse geschiedschrijver Herodotus berichtte dat volgens een inscriptie in de grote piramide van Cheops (Choefoe) „daaraan 1600 talenten zilver waren ten koste gelegd”. Indien dit bedrag betrouwbaar is, zou dat neerkomen op meer dan 80 miljoen gulden in huidige valuta.
Gezien de populariteit en de uitstekende kwaliteit van de uien en het knoflook in het oude Egypte, is het niet verbazingwekkend dat de Israëlieten, ontevreden als zij in de wildernis waren, wegens deze smakelijke plantenkost naar Egypte wilden terugkeren (Num. 11:4, 5). Zij waren bereid hun vrijheid prijs te geven enkel om deze simpele genoegens te smaken. Hoe gemakkelijk kunnen zelfs alledaagse dingen tot een valstrik worden en iemand de belangrijkere dingen in het leven doen vergeten!