Gods Woord is levend
Ruth had waardering voor Gods volk
DE aantrekkelijke jonge vrouw die hier staat afgebeeld, is Ruth. Zij woonde in Moab, ten oosten van de Dode Zee. Hoewel zij was opgevoed onder de Moabieten, die valse goden aanbaden, wil zij heel graag de ware God, Jehovah, dienen, samen met zijn volk Israël (Num. 25:1-5). Als zij hiertoe de gelegenheid krijgt, grijpt zij die zo van ganser harte aan, dat zij zich daardoor bemind maakt bij andere aanbidders van Jehovah, die haar kennen als „een voortreffelijke vrouw”. — Ruth 3:11.
Een hongersnood in Israël gaf Ruth deze gelegenheid om Jehovah te dienen. Ten gevolge van de hongersnood trok een gezin van vier personen uit het stadje Bethlehem weg naar het land Moab. Dit gezin staat hier afgebeeld — Elimelech, zijn vrouw Naomi en hun zonen Machlon en Chiljon. Maar kort daarna sterft Elimelech. Later trouwt Machlon met Ruth, en Chiljon trouwt met een ander Moabitisch meisje, Orpa genaamd. Ruth heeft dus zowel een man als een schoonmoeder die Jehovah aanbidden, en zo leert zij de ware God kennen.
Niet lang daarna echter sterven zowel Machlon als Chiljon, en de drie vrouwen blijven zonder man of kinderen achter. U kunt zich wel voorstellen hoe bedroefd zij waren. Wat moeten zij beginnen? Naomi hoort dat de hongersnood in Israël voorbij is. Daarom besluit zij naar haar eigen volk in Bethlehem terug te keren. Ruth en Orpa houden heel veel van hun schoonmoeder en zij gaan met haar mee. Maar als zij een tijd onderweg zijn, zegt Naomi, zoals hier te zien is, tegen de meisjes: ’Keert terug naar huis, ieder naar het huis van uw moeder.’
Naomi kust de meisjes vaarwel en zij beginnen te huilen. „Neen, maar wij zullen met ú naar uw volk terugkeren”, snikken zij. Naomi dringt aan: „Keert terug, mijn dochters.” En dus gaat Orpa weer op weg naar huis. Maar Ruth gaat niet mee.
Naomi zegt nu tegen Ruth: „Keer met uw tot weduwe gemaakte schoonzuster terug.” Maar Ruth antwoordt met overtuigende ernst: „Smeek mij niet dringend om u te verlaten, om terug te keren en u niet te vergezellen; want waarheen gij gaat, zal ik gaan, en waar gij de nacht doorbrengt, zal ik de nacht doorbrengen. Uw volk zal mijn volk zijn, en uw God mijn God” (Ruth 1:1-17). Ruth keert dus met Naomi terug en wordt een deel van Gods volk Israël.
Hebt u, net als Ruth, de ware God, Jehovah, en het volk dat hem aanbidt, leren kennen? Zo ja, dan bent u misschien net zo vastbesloten Jehovah’s dienaren in deze tijd loyaal te ondersteunen als Ruth lang geleden was!
[Kaart op blz. 8]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DODE ZEE
MOAB