Gods Woord is levend
De wereld waar Jezus niet voor bad
DIE AVOND vóór zijn dood bad Jezus: „Ik doe een verzoek betreffende hen [zijn discipelen]; ik doe geen verzoek betreffende de wereld” (Johannes 17:9). Eerder die avond had Jezus over „de heerser van deze wereld” gesproken. De bijbel identificeert deze heerser als Satan de Duivel, „de god van dit samenstel van dingen [die] de geest van de ongelovigen heeft verblind”. — Johannes 16:11; 2 Korinthiërs 4:4.
Maar wat is deze door Satan geregeerde wereld waar Jezus niet voor wilde bidden? Het is deze georganiseerde mensenmaatschappij afgescheiden van of buiten Gods zichtbare organisatie. Satans wereldorganisatie bestaat in hoofdzaak uit drie delen die nauw met elkaar verbonden zijn.
In de eerste plaats is er de valse religie, in de bijbel afgebeeld als een met bloedschuld beladen prostituée die „Babylon de Grote” wordt genoemd. Dat deze prostituée een religieus stelsel afbeeldt, blijkt uit de opmerking in de bijbel dat ’door haar spiritistische praktijken alle natiën werden misleid’ (Openbaring 18:23). Wij lezen over deze slechte vrouw dat ze „op een scharlakengekleurd wild beest zat, . . . dat zeven koppen en tien horens had”. — Openbaring 17:3.
Als tweede belangrijke onderdeel van Satans wereldorganisatie kunnen de politieke regeringen genoemd worden, die in de bijbel als beesten worden afgebeeld (Daniël 8:20, 21). Dat de met beesten te vergelijken regeringen van de wereld hun macht van Satan ontvangen, blijkt uit een door de apostel Johannes opgetekend visioen: „Ik zag een wild beest uit de zee opstijgen, met tien horens en zeven koppen . . . En de draak [Satan de Duivel] gaf het beest zijn kracht.” — Openbaring 13:1, 2; 12:9.
Een derde in het oog springend onderdeel van Satans wereldorganisatie is het hebzuchtige en onderdrukkende commerciële stelsel. Het wordt in de bijbel aangeduid met de term „reizende kooplieden”. De „reizende kooplieden” staan op een afstand te jammeren als Babylon de Grote wordt vernietigd. — Openbaring 18:11, 15.
Satans wereld wordt verder geïdentificeerd door het losbandige leven en de immoraliteit die er worden aangetroffen. Om die reden waarschuwden zowel de apostel Paulus als de apostel Petrus christenen om de slechte praktijken van de mensen der natiën te vermijden (Efeziërs 4:17-19; 1 Petrus 4:3, 4). De dingen waaromheen de mensen van deze georganiseerde mensenmaatschappij hun leven opbouwen, zijn „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft”. — 1 Johannes 2:15, 16.
In overeenstemming met wat Jezus over zijn volgelingen zei — „zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben” — zullen christenen in deze tijd het zorgvuldig vermijden een deel van Satans wereld te worden (Johannes 17:16). Zij zullen in geen enkel opzicht deelnemen aan haar corrupte religie en politiek of aan haar oneerlijke zakenpraktijken. Zij zullen de immorele levenswijze van deze wereld mijden.
[Illustraties op blz. 7]
Corrupte politiek
Valse religie
Hebzuchtige handel
Immorele levenswijze