Een verbaasde immigrant
Na twaalf jaar in Russische strafinrichtingen te hebben doorgebracht emigreerde de dissident Wladimir Boekowski in 1976 naar Engeland en vond daar een werkkring aan de Cambridge University. Een uittreksel uit zijn boek „Cette Lancinante Douleur De La Liberté” verscheen in de Canadese editie van „Reader’s Digest”. De lezer vindt daarin enkele verrassende ervaringen beschreven die de sovjetburger in het Westen opdoet. Hij schrijft: „Op een avond zag ik in Londen bij toeval aan een gebouw een bordje ’JEHOVAH’S GETUIGEN’ . . . Ik kon niet verder lezen, ik was stomverbaasd, zozeer zelfs dat zich haast een paniek van mij meester maakte. Hoe is dit mogelijk, vroeg ik mij af.” Waarom was hij zo geschokt? Hij vervolgt: „In Rusland komt men ’Getuigen’ van vlees en bloed alleen in gevangenissen en concentratiekampen tegen. En hier stond dat zo maar op een bordje . . . stel u voor dat u langs een gebouw loopt waar op een bordje aan de gevel te lezen staat ’COSA NOSTRA N.V., MAFIA HOOFDBUREAU’. De ’Getuigen’ worden in ons land met evenveel felheid vervolgd als de Mafia in hun land.”
„Kan men werkelijk naar binnen gaan en een kop thee met die mensen drinken?” vroeg Boekowski. Wel, hij had naar binnen kunnen gaan, niet om thee te drinken, maar voor bijbelonderricht, want hij stond voor een Koninkrijkszaal, zoals de vergaderplaatsen van Jehovah’s Getuigen worden genoemd. In meer dan 200 landen zijn zij actief om mensen te helpen opdat zij gaan inzien dat Gods koninkrijk de enige zekere hoop vormt voor de mensheid, en dit doen zij in weerwil van het risico in gebieden die niet bekendstaan om religieuze vrijheid, in de gevangenis te belanden (Matth. 24:14; 28:19, 20). Christus voorzei een dergelijke slechte behandeling voor zijn volgelingen toen hij zei: „Mensen [zullen] de handen aan u slaan en u vervolgen en u overleveren aan . . . gevangenissen.” En toen voegde hij eraan toe: „Het zal voor u uitlopen op een getuigenis.” — Luk. 21:12, 13.