Heidense feesten ’kerstenen’?
Langs de oostelijke kust van Spanje en ook in vele andere Europese landen worden op de vooravond van 24 juni, „Sint-Jansdag” volgens de katholieke kalender, vreugdevuren ontstoken. Wat hebben vreugdevuren dan met Johannes de Doper te maken? Het in Barcelona verschijnende ochtendblad La Vanguardia geeft toe dat het hele feest in werkelijkheid „de kerstening van de zomerzonnewende vertegenwoordigt”. Deze gebeurtenis, wanneer de zon schijnt stil te staan in zijn noordwaartse of zuidwaartse beweging aan de hemel, was de aanleiding tot feestelijkheden en losbandige pretmakerij onder de oude heidense bevolking.
Een ander ’gekerstend’ zonnewendefeest is 25 december. Ongeveer in die tijd beginnen de dagen weer te lengen en de zonaanbidding beoefenende Romeinen vierden dan de geboorte van de onoverwinnelijke zon. In de vierde eeuw G.T. werd dit veranderd in de viering van de geboorte van Gods Zoon. Zelfs de denneboom, door de heidense Germaanse stammen gebruikt in hun viering van de winterzonnewende, werd later geadopteerd als kerstboom.
De apostel Paulus adviseert niet dergelijke heidense gebeurtenissen te ’kerstenen’, maar geeft aan welke handelwijze ware christenen zullen kiezen door te vragen: „Wat heeft licht met duisternis gemeen?” Dan vermaant hij: „’Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af’, zegt Jehovah, ’en raakt het onreine niet langer aan’, ’en ik zal u aannemen.’” — 2 Kor. 6:14-17.