Gods volk gunstiger gezind
Sommige landen hebben Jehovah’s Getuigen jarenlang onderdrukt, maar zijn Gods volk nu gunstiger gezind. Twee in het oog springende voorbeelden zijn Spanje en Portugal, waar de Getuigen onder vroegere dictaturen waren verboden. Toen de verbodsbepaling in Spanje in 1970 werd opgeheven, waren er 11.000 actieve Getuigen. Nu elf jaar later, is dat aantal tot 48.000 opgelopen!
Hoe bezien de Spaanse autoriteiten de Getuigen nu? Een recent voorval in de stad Barcelona illustreert hun houding. Het gemeentebestuur had in een officiële publikatie een algemene veroordeling uitgesproken over bepaalde gewetenloze sekten die er thans werkzaam zijn, waarbij ook de Getuigen werden genoemd. Toen de Getuigen hier echter bij het gemeentebestuur bezwaar tegen maakten, boden de leden van dit college onmiddellijk hun excuus aan en publiceerden zij een correctie op de voorpagina van de eerst volgende uitgave, waarin werd verklaard: „Het zij bekend dat het stadsbestuur van Barcelona, alsook de gemeentelijke instanties, dit Genootschap [van Jehovah’s Getuigen] een bijzonder grote achting toedragen.”
De situatie in Portugal is eveneens indrukwekkend. In 1962, toen zes Wachttoren-zendelingen werden uitgewezen, waren aldaar slechts 1285 Getuigen werkzaam. En nu zijn er meer dan 21.000 Getuigen op een bevolking van minder dan 9.500.000, een verhouding van één Getuige op elke 438 bewoners.
Ondanks de vrijheid die in 1974 aan de Getuigen in Portugal werd verleend, was het in een bepaalde zuidelijke stad nog steeds niet mogelijk geweest er een kringvergadering te houden. Dank zij de bemiddeling van een liberale burgemeester werd er toestemming verleend voor het gebruik van de deftige stadsschouwburg. Op de eerste raadsvergadering na de kringvergadering feliciteerden de burgemeester en wethouders de Getuigen voor hun schitterende organisatie en de keurige staat waarin zij de stadsschouwburg hadden achtergelaten.
In een andere Portugese stad boden de Getuigen aan in het landbouwpaviljoen, waar zij een grote vergadering wilden houden, een betonnen vloer te storten. Zeventig personen verschenen op het werk en klaarden het karwei in één dag. De burgemeester merkte spontaan op: „Ik had nooit gedacht dat dit mogelijk was. Jullie mogen gedurende de volgende drie jaar gratis zoveel grote vergaderingen in dit paviljoen houden als jullie willen!”