Problemen van tieners oplossen
Hier volgt een uittreksel van een brief die op het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in São Paulo, Brazilië, werd ontvangen. De brief was afkomstig van een christelijke vrouw met vier kinderen en een ongelovige echtgenoot. Zij schreef over haar dertienjarige dochter:
„Ik moet toegeven dat ik niet voldoende aandacht aan haar heb geschonken . . .
Ik begon te merken dat mijn dochter minder belangstelling kreeg voor het bijwonen van vergaderingen, bijbelbesprekingen in het gezin en de velddienst. Toen ik haar vroeg wat er aan de hand was, antwoordde zij: ’O, niets.’ Toen vertelde ze mij op zekere dag dat zij aan deze christelijke activiteiten deelnam omdat zij dit moest, niet omdat zij dit graag wilde. Ze zei dat zij niet als haar zuster wilde zijn, dat zij geen verkering wilde hebben met een getuige van Jehovah en niet ’in de waarheid’ wilde trouwen. Zij wilde het soort van leven hebben dat ieder ander heeft. Ik kon mijn oren nauwelijks geloven, want wij hebben het als gezin altijd heel gezellig.
Toen ik wat verder aandrong, zei ze dat zij door de gesprekken met haar schoolvriendinnetjes te weten was gekomen wat de wereld te bieden had. Ik was volgens hen onaardig en een te strenge moeder. Daarom vroeg ze mij om een periode van vijf maanden zonder enige christelijke activiteit, zodat zij kon beslissen wat zij in het leven wilde.
Na hier enige tijd over nagedacht te hebben, stelde ik het volgende voor: Dat, in plaats dat ik haar vijf maanden zonder enige christelijke activiteit gaf, zij mij vijf maanden zou geven om een beter contact met haar te krijgen. Ik zou met haar meelopen als zij naar school ging en van school kwam en zij zou met mij meegaan naar bijbelstudies en nabezoeken. Met andere woorden, zij zou een vollediger aandeel met mij hebben in mijn christelijke activiteiten.
Zij stemde hierin toe, en er zijn nu twee maanden verstreken, terwijl de resultaten schitterend zijn. Zij geeft zelf toe dat haar houding slechts kinderlijke onnozelheid verraadde. Opnieuw zie ik Jehovah’s hand op al mijn vier kinderen rusten. Ik ben werkelijk heel erg bevoorrecht. In mijn gebeden heb ik mijn kinderen aan Jehovah aangeboden, maar ik ben degene die het geschenk ontvangt.”
Vier maanden later nam het jonge meisje weer volledig en vrijwillig aan alle christelijke activiteiten deel, en haar moeder was verstandiger geworden en had meer waardering ontwikkeld. Misschien kan haar suggestie ertoe bijdragen problemen op te lossen die anderen bij het grootbrengen van hun kinderen hebben.