Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w83 1/3 blz. 30-31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • ’Onderscheiden wat wij zijn’ — met de Gedachtenisviering
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • ’Doe dit tot mijn gedachtenis’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
w83 1/3 blz. 30-31

Vragen van lezers

■ Wat dient bij de viering van het Avondmaal des Heren de aard te zijn van de symbolen die worden gebruikt, en hoe moeten deze symbolen beschouwd en behandeld worden?

De jaarlijkse herdenking van het Avondmaal des Heren (de Gedachtenisviering) is de enige viering die christenen volgens de Schrift moeten onderhouden. Jezus stelde deze viering in op de avond van 14 Nisan 33 G.T., nadat hij het joodse Pascha had gevierd. Op tafel stonden de verschillende voedselsoorten die bij het paschamaal werden gebruikt. In Lukas’ verslag lezen wij:

„[Jezus] nam . . . een brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het aan hen, terwijl hij zei: ’Dit betekent mijn lichaam, dat ten behoeve van u gegeven zal worden. Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen.’ Evenzo ook de beker, nadat zij het avondmaal hadden gebruikt, terwijl hij zei: ’Deze beker betekent het nieuwe verbond krachtens mijn bloed, dat ten behoeve van u vergoten zal worden.’” — Luk. 22:19, 20.

God had de joden voorgeschreven gedurende het Pascha „ongezuurde broden” te gebruiken (Ex. 12:8). De broden die Jezus ter beschikking stonden, waren dus ongezuurd. Ze waren vervaardigd van tarwemeel zonder enig zout of andere toevoegingen, aangezien ze „het brood der ellende” vertegenwoordigden. — Deut. 16:3.

Jehovah’s Getuigen in deze tijd gebruiken overeenkomstig „brood”. In sommige gevallen worden joodse matses gekocht en gebruikt, waarbij er zorgvuldig op wordt toegezien dat de matses niet met extra ingrediënten, zoals met uien, een moutpreparaat of eieren, zijn bereid. Platte, droge, ongekruide matses zijn geschikt. Men kan ook zelf een ongezuurd brood bakken. Een kleine hoeveelheid volkorenmeela kan met wat water worden vermengd. Het enigszins vochtige deeg wordt dun uitgerold en vervolgens op een plat (licht beboterd) bakblik gebakken totdat het brood droog en bros is.

Wat valt er over het andere symbool te zeggen? Omstreeks de eerste eeuw G.T. was onder de joden het gebruik van wijn tijdens het paschamaal ingeburgerd geraakt. Jezus sprak over „het produkt van de wijnstok”, dat bij die viering werd gebruikt (Luk. 22:18). Sommige personen beweren dat Jezus niet over wijn sprak, maar over ongegist druivesap. Gewoon druivesap zou echter niet vanaf de oogst in het najaar tot de paschaviering in het voorjaar ongegist zijn gebleven, zodat Jezus wijn bedoeld moet hebben. Rode druivewijn zou een passende afbeelding zijn van Jezus’ bloed. Aangezien Christus’ ’kostbare bloed’ volledig toereikend was, zou het tijdens de Gedachtenisviering niet passend zijn een wijn te gebruiken die door toevoeging van wijnalcohol is versterkt of veranderd, zoals sherry, port en muskaatwijn, of bepaalde andere dessertwijnen (1 Petr. 1:19). Ook zou het niet juist zijn een wijn te gebruiken waaraan specerijen of kruiden zijn toegevoegd, zoals in het geval van vermout en dubonnet, of veel andere aperitiefwijnen. Een ongezoete rode wijn, zoals chianti, bourgogne of bordeaux is veeleer passend, of een zelfgemaakte rode wijn die niet is gezoet, gearomatiseerd of versterkt.

De ouderlingen in een gemeente van Jehovah’s Getuigen zullen er van tevoren regelingen voor treffen dat er ongezuurd brood en rode wijn aanwezig is en zullen er goed op letten dat wat zij voor deze viering zullen gebruiken, geschikt is. Gedurende de dagen na de viering van het Avondmaal des Heren is het niet noodzakelijk het brood en de wijn die zijn overgebleven, als speciaal of geheiligd te beschouwen, aangezien ze slechts gewone voedselprodukten blijven. Ook bestaat er geen reden toe een bepaalde fles wijn elk jaar opnieuw voor de viering te bewaren, tenzij bepaalde moeilijkheden bij het verkrijgen van passende wijn dit raadzaam zouden maken.

Uit de reactie van sommige mensen aan wie tijdens de Gedachtenisviering de symbolen werden doorgegeven, zou de gevolgtrekking gemaakt kunnen worden dat zij in de mening verkeren dat de symbolen speciale krachten bezitten. Enkele mensen hebben bijvoorbeeld bewust hun hoofd in de richting van de symbolen gebogen of eraan geroken. Dit is niet passend.

Tijdens de viering van het Avondmaal des Heren zijn het brood en de wijn een symbool van Jezus’ vleselijke lichaam en kostbare bloed (Matth. 26:26-28). Daarom dient iedereen tijdens het doorgeven van deze symbolen vol respect aandacht te schenken aan wat door het brood en de wijn wordt afgebeeld. Degenen onder de aanwezigen die er geen gebruik van maken, kunnen het bord en het glas eenvoudig aan de volgende persoon doorgeven en in de eerste plaats denken aan Jezus’ slachtoffer, dat onze zonden kan bedekken en het vooruitzicht van eeuwig leven mogelijk maakt. — 1 Joh. 2:2; 1 Kor. 11:23-26.

■ In Openbaring 20:5 wordt gezegd dat ’de overigen der doden niet tot leven kwamen totdat de duizend jaren geëindigd waren’. Zal dit vóór of na de laatste beproeving gebeuren?

Deze uitdrukking heeft klaarblijkelijk betrekking op de tijd waarin mensen aan het einde van het millennium — maar nog voordat Satan uit de afgrond wordt losgelaten en de beslissende beproeving over de mensheid brengt — tot volmaaktheid zijn gekomen.

De context van Openbaring 20:5 handelt over gezalfde christenen die door God worden opgewekt om medeërfgenamen met Christus te zijn (Rom. 8:17). Dezen zullen ’tot leven komen en duizend jaren lang als koningen met de Christus regeren’ (Openb. 20:4). Na dit vermeld te hebben, maar voordat verder over deze regeerders wordt gesproken, voegt Openbaring 20:5 een opmerking toe over degenen die op aarde zullen leven, zeggende: „De overigen der doden kwamen niet tot leven totdat de duizend jaren geëindigd waren.”

Degenen die in fysiek opzicht zijn gestorven en gedurende het millennium op aarde opgewekt zullen worden, zullen nog steeds onvolmaakte mensen zijn. Ook zullen degenen die de oorlog van God overleven, niet onmiddellijk volmaakt en zondeloos worden gemaakt. Wanneer de overlevenden op aarde gedurende het millennium getrouw aan God blijven, zullen zij geleidelijk aan vorderingen maken in de richting van volmaaktheid. Zolang personen in beide categorieën niet vrij zijn van overgeërfde zonde, zullen zij dus in zekere zin in Gods ogen ’dood’ zijn (zodat zij in Zijn ogen nog niet volledig tot leven zijn gekomen). — Luk. 9:60; Ef. 2:1.

Of mensen nu uit de doden zijn opgewekt, de „grote verdrukking” hebben overleefd of gedurende het millennium zijn geboren, hun vooruitzichten kunnen zeer positief zijn (Openb. 7:14). Wanneer zij getrouw blijven aan God en de voordelen van Christus’ losprijs aanvaarden, zullen zij aan het einde van de duizend jaren niet langer onder zonde en onvolmaaktheid gebukt gaan; de overgeërfde ’dood zal niet langer als koning over hen regeren’ (Rom. 5:14). Daarentegen zullen zij menselijke volmaaktheid hebben bereikt en zich in de toestand bevinden waarin Adam en Eva zich bevonden voordat zij gezondigd hadden.

Aan het einde van het millennium zullen personen die God op aarde dienen, „de overigen der doden”, dus ’tot volmaakt menselijk leven zijn gekomen’. Jezus zal dan met goed succes een geslacht van volmaakte mensen aan zijn Vader kunnen overdragen (1 Kor. 15:28; Openb. 20:14). Zoals vervolgens in Openbaring 20:7-10 wordt aangetoond, zal Satan dan worden losgelaten ten einde de mensheid aan een beslissende beproeving te onderwerpen. Degenen die zich onder die beproeving loyaal aan Jehovah betonen, zullen in aanmerking komen voor eeuwig menselijk leven in het Paradijs.

[Voetnoten]

a Tarwemeel geniet de voorkeur, want dat gebruikten de joden voor hun ongezuurde broden. Maar als tarwemeel erg moeilijk verkrijgbaar is, kan men ongezuurd „brood” vervaardigen van rijst- of maïsmeel of een van ander koren afkomstige meelsoort.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen