Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/2 blz. 22-23
  • Bijbelcritici herzien hun mening

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijbelcritici herzien hun mening
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe betrouwbaar zijn de evangeliën?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Handschriften van de bijbel
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • De Evangeliën — Geschiedenis of mythe?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
  • Studie nummer 6 — De christelijke Griekse tekst van de Heilige Schrift
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/2 blz. 22-23

Bijbelcritici herzien hun mening

IN DE twintigste eeuw is er veel vooruitgang geboekt in het vaststellen van een nauwkeuriger bijbeltekst. De ontdekking van vele oude handschriften, vooral de Chester Beatty en de Bodmer papyri en de Dode-Zeerollen, heeft het mogelijk gemaakt een tekst vast te stellen die veel dichter bij het origineel ligt dan vele geleerden hadden gehoopt te bereiken. Door een beter begrip van het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks kon de bijbel nauwkeuriger in vele over de gehele wereld voorkomende talen vertaald worden. Daardoor zou men geneigd zijn te denken dat zulk een vooruitgang de ideeën van tweehonderd jaar geleden sterk verouderd maakt, ook al heeft het werk dat in die tijd is gedaan, veel tot die vooruitgang bijgedragen.

Het is daarom misschien verrassend te bemerken dat de ideeën van Johann Jakob Griesbach (1745-1812) thans opnieuw in discussie worden gebracht. In 1976 werd er in Münster in de Bondsrepubliek Duitsland een conferentie gehouden die alleen aan het werk van deze geleerde was gewijd. Waarom wordt zijn werk opnieuw bekeken?

Nadat Griesbach op 23-jarige leeftijd een academische graad had behaald, maakte hij een rondreis door Europa, waarbij hij bibliotheken bezocht om de handschriften van de christelijke Griekse Geschriften te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek werden in 1774 en 1775 gepubliceerd, en zijn Griekse tekst (in latere uitgaven) werd door een aantal bijbelvertalers gebruikt.

Griesbach gebruikte voor het eerst handschriften die ouder waren dan die Erasmus in 1516 G.T. in zijn Griekse tekst opnam. De belangrijkheid van dit speurwerk blijkt uit het volgende commentaar: „Griesbach besteedde er vele uren aan, in een poging onder de vele varianten in het Nieuwe Testament de beste versies te vinden. Zijn werk heeft het fundament gelegd voor de hedendaagse tekstkritiek en hij is in niet geringe mate verantwoordelijk voor de nauwkeurige tekst van het Nieuwe Testament, die wij thans bezitten.” — J. J. Griesbach: Synoptic and Text-Critical Studies, 1776-1976, blz. xi.

In 1776 gaf Griesbach zijn Synopsis van de Evangeliën Matthéüs, Markus en Lukas uit, met de tekst in naast elkaar afgedrukte kolommen om gemakkelijk vergeleken te kunnen worden. Sindsdien worden ze de „synoptische” Evangeliën genoemd, omdat ze de verhalen van Jezus’ leven vanuit een „gelijk gezichtspunt” benaderen. Griesbach was ervan overtuigd dat deze Evangeliën door de genoemde personen waren geschreven, dat Matthéüs een ooggetuige van de opgetekende gebeurtenissen was, en dat „de apostelen door de Heilige Geest bekwaam waren gemaakt om de leer, zonder het gevaar van vergissingen, te begrijpen en over te dragen”.

Uit zijn onderzoekingen kwam Griesbach tot de conclusie dat het eerste Evangelie door Matthéüs werd geschreven, het tweede door Lukas en het derde door Markus. Maar zelfs nog tijdens Griesbachs leven werd door G. S. Storr geopperd dat Markus het Evangelie was dat het eerst werd geschreven. Sindsdien heeft deze theorie alsook het geloof dat een onbekend, verloren geraakt document, of verloren geraakte bron, ’Q’ genaamd, aan de Evangeliën ten grondslag ligt, wijd en zijd steun ontvangen. Latere geleerden hebben nog meer zienswijzen en bronnen aan deze theorie toegevoegd, en in talloze boeken en duizenden artikelen is over deze kwestie gesproken en uitgeweid.

Na zo’n lange tijd de overhand te hebben gehad, wordt de ’bronnentheorie’ thans bekritiseerd. Nu vele geleerden hun mening herzien, hebben zij de ideeën van Griesbach ’opnieuw ontdekt’. Nadat deze ideeën up to date waren gebracht door bepaalde veranderingen aan te brengen, bleken ze een bevredigender oplossing te verschaffen voor bestaande vragen omtrent de Evangeliën.

De ’bronnentheorie’ heeft vele personen het geloof ontnomen dat de bijbel door God is geïnspireerd (2 Tim. 3:16, 17). Deze tendens is niet nieuw, want de apostel Paulus zei tot Timótheüs dat hij „zekere personen [moest] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters, die tenslotte nergens op uitlopen, maar die eerder vragen ter navorsing verschaffen [„speculaties bevorderen”, Revised Standard Version] dan dat er iets door God wordt uitgedeeld in verband met geloof”. — 1 Tim. 1:3, 4.

Het is interessant dat bisschop B. C. Butler, die enkele jaren geleden bijna de enige was die bepleitte dat Matthéüs het eerst werd geschreven, precies aangeeft waar het in deze kwestie om gaat, met de woorden: „Een onbevooroordeelde onderzoeker die de waarheid te weten wil komen, zal over het algemeen, indien hij de Synoptische Evangeliën als complete boeken leest en herleest, tot de conclusie komen dat de auteurs zelf eerlijke mannen waren, die neerschreven wat zij oprecht als waarheid geloofden. Dan zal hij beseffen dat zij deze dingen niet hadden kunnen geloven tenzij de historische feiten in hoofdzaak zo waren als zij ze weergaven.” — Searchings, blz. 85.

Er heeft geen ongeïnspireerd, verloren gegaan document als basis gediend voor de evangelieverslagen van Matthéüs, Markus, Lukas en Johannes. Zij schreven onder invloed van Jehovah’s heilige geest. Natuurlijk kunnen de onjuiste theorieën van mensen heel lang de overhand hebben, in dit geval zo’n tweehonderd jaar. Ondertussen is het geloof in Gods Woord bij vele mensen ondermijnd. Indien wij echter verstandig zijn, zullen wij acht slaan op al de bewijzen die zich hebben opgestapeld ten einde de betrouwbaarheid van de bijbel en het feit dat hij door God is geïnspireerd, aan te tonen. En laten dan de critici hun mening zo vaak zij maar willen, herzien.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen