„Bang” voor de toekomst?
In een brief aan de Toronto Star schreef een jong Canadees meisje over haar kijk op de huidige wereld:
„Ik ben veertien jaar oud en ik ben bang — bang dat ik geen toekomst zal hebben, dat wij onszelf zullen opblazen voordat ik van de middelbare school af ben. Elke dag hoor ik over de crisis in Iran, het olietekort, moorden, berovingen en dergelijke. Ik vraag me af waarom mensen deze dingen doen en waarom ik en de rest van mijn generatie voor de fouten van de ouderen van ons geslacht moeten boeten.
Als wij naar de jaren tachtig kijken, vraag ik me af of de aarde tegen het jaar 1990 nog wel zal bestaan. Mijn toekomst schijnt erg somber te zijn. . . . Het probleem is dat niemand zich erover bekommert wat er over tien jaar zal gebeuren, wanneer mijn generatie aan de beurt is om de brokken op te rapen. Erg zelfzuchtig. Het droevige ervan is dat de meeste mensen te ongeïnteresseerd zijn om te beseffen wat er aan de hand is. Het is allemaal heel erg droevig.”
Inderdaad „heel erg droevig”. Maar wanhoop niet. Jezus Christus heeft een benarde tijd voorzegd waarin ’de mensen mat zouden worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de aarde komen’. Hij voegde hier echter aan toe: „Als nu deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt” (Luk. 21:27, 28). Het is nu daarom niet de tijd om „bang” te zijn, maar om de bijbelse belofte van een vreugdevolle toekomst te aanvaarden. — 2 Petr. 3:13.