Nebukadnezars Babylon
Over het Babylon uit Nebukadnezars tijd zegt M’Clintock en Strong’s „Cyclopaedia”: „Babylon, als het centrum van een groot koninkrijk, was de zetel van grenzeloze weelde, en zijn inwoners stonden erom bekend dat zij zich overgaven aan genotzucht en verwijfdheid. [De theoloog Curtius] verklaart dat ’niets corrupter kon zijn dan [Babylons] moraal en niets zich er meer toe leende tot onmatige genoegens te prikkelen en te verlokken. De riten van gastvrijheid waren bezoedeld door de meest grove en schaamteloze lusten’.” Na de ontaarde seksaanbidding en verdorvenheid van die stad beschreven te hebben, besluit de „Cyclopaedia”: „Babylon is in het Nieuwe Test[ament] (Openb. xvii, 5) daarom zelfs het zinnebeeld van de schandelijkste losbandigheid en afgoderij.”