Allen zonder uitzondering dienen berouw te tonen
JOËLS profetie geeft op krachtige wijze te kennen hoe belangrijk het is een goedgekeurde positie voor het aangezicht van God in te nemen. De Israëlieten waren schuldig aan ernstige zonden en dienden daarom berouw te hebben als zij geen rampspoed wilden ervaren. Uiterlijk vertoon van droefheid was niet voldoende. Jehovah God wilde dat hun belijdenis van zonde uit hun hart kwam. De profeet Joël verklaarde: „Scheurt uw hart en niet uw kleren; en keert terug tot Jehovah, uw God, want hij is goedgunstig en barmhartig. langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid, en hij zal stellig spijt gevoelen wegens de rampspoed.” — Joël 2:13.
Daar allen zondaars waren, was niemand vanwege leeftijd vrijgesteld om zich in de tempel voor Jehovah God te verootmoedigen. Zelfs de kleine kinderen moesten daar zijn, en de vreugde van een trouwdag mocht geen reden zijn om God niet om vergiffenis te smeken. De profetie van Joël zegt: „Vergadert het volk. Heiligt een vergadering. Brengt de oude mannen bijeen. Vergadert kinderen en degenen die de borsten zuigen. Laat de bruidegom uitgaan uit zijn binnenkamer en de bruid uit haar bruidsvertrek” (Joël 2:16). In overeenstemming met de geest van deze woorden mag iemand niet toestaan dat iets in zijn leven belangrijker kan worden dan een goedgekeurde positie voor het aangezicht van de Schepper.
Daar zuigelingen als zondaars geboren worden, hebben ouders de ernstige verantwoordelijkheid een goede naam bij God te behouden, zodat hun kleintjes als heilig of rein beschouwd zullen worden. — Vergelijk 1 Korinthiërs 7:14.