Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w81 15/8 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Vergelijkbare artikelen
  • Echtgenoot en ouderling — Het juiste evenwicht vinden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Gehuwde gelovigen tot vrede en redding geroepen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • „Het huwelijk zij eerbaar onder allen”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
w81 15/8 blz. 31

Vragen van lezers

● Paulus zei dat een gemeentelijke opziener „de man van één vrouw” moest zijn. Waarom noemde hij dat onder de vereisten voor opzieners, aangezien geen enkele christen een bigamist of een polygamist kon zijn?

In 1 Timótheüs 3:2 schreef de apostel Paulus: „De opziener moet daarom onberispelijk zijn, de man van één vrouw, matige gewoonten hebbend.” De uitdrukking „de man van één vrouw” betekent dat de man vrij was van elke verdenking van seksuele slechtheid, dat hij er in zijn leven blijk van heeft gegeven de christelijke maatstaf met betrekking tot het huwelijk hoog te houden.

Jezus had voorgeschreven dat zijn discipelen zich aan Gods oorspronkelijke huwelijksregeling, één man voor één vrouw, moesten houden (Matth. 19:5, 6). Men kon dus pas als een christen gedoopt worden, als men niet langer een polygamist was. Toch was het passend dat Paulus de kwestie met betrekking tot ouderlingen beklemtoonde, omdat polygamie in het verleden onder de joden was toegestaan en in landen waar het christendom zich zou verbreiden, de algemeen aanvaarde maatstaf zou kunnen zijn. Iemand die zich met de gemeente begon te verbinden, moest aan het voorbeeld van de ouderlingen kunnen zien dat monogamie, niet polygamie, de aanvaardbare regeling voor christenen was.

De zinsnede „de man van één vrouw” zou echter meer kunnen omvatten. In die tijd werd de overheersende losse moraal weerspiegeld in gemakkelijke, veelvuldige echtscheidingen, waarna men weer opnieuw ging trouwen.

„Als gevolg van de algemeen heersende verdorvenheid, waardoor het gemakkelijk was gemaakt echtscheiding te verkrijgen, zowel op grond van de Griekse als de Romeinse wet, was het heel gewoon wanneer man en vrouw uit elkaar gingen en gedurende elkaars levensduur elk met een andere partner trouwden. Zo kon een man drie of vier levende echtgenotes hebben, of, veeleer, vrouwen die allen successievelijk zijn echtgenote waren geweest” (The Life and Epistles of St. Paul, door Conybeare en Howson). In het geval van een christen moest dit anders zijn. Alleen wanneer zijn partner „hoererij” (grove seksuele immoraliteit) zou bedrijven, zou hij vrij zijn om een echtscheiding te verkrijgen en met iemand anders te trouwen (Matth. 5:32; 19:9). Dat een ouderling „de man van één vrouw” moest zijn, zou betekenen dat hij het voorbeeld zou geven door geen man te zijn die zich zonder schriftuurlijke gronden van zijn vrouw liet scheiden en daarna hertrouwde.

Sommige geleerden hebben gemeend uit 1 Timótheüs 3:2 te moeten opmaken dat een ouderling onder geen enkele voorwaarde voor de tweede maal kon trouwen. Uit Jezus’ eerder gesproken woorden en datgene wat Paulus elders schreef, blijkt echter dat het niet verkeerd was te hertrouwen, zodat dit een man niet laakbaar zou maken of tot gevolg zou hebben dat hij er niet voor in aanmerking kwam als een ouderling in de gemeente te dienen. Houd in gedachte dat Paulus schreef dat weduwen (en logischerwijs weduwnaars) er beter aan zouden doen wanneer zij zouden trouwen dan van hartstocht te branden of zonder bezigheid te zijn en zich met andermans zaken in te laten — 1 Kor. 7:8, 9, 36-39; 1 Tim. 5:13, 14.

Dat een ouderling „de man van één vrouw” moest zijn, kan ook de gedachte overbrengen dat hij onschuldig moest zijn aan bigamie of overspel. Hij moest in moreel opzicht onberispelijk zijn in zijn huwelijksleven en loyaal en trouw zijn ten opzichte van zijn vrouw. Volgens Het Nieuwe Testament in de omgangstaal mag op een opziener dan ook „niets zijn aan te merken. Hij moet trouw zijn aan zijn vrouw”.

Door te zeggen dat een opziener „de man van één vrouw” moest zijn, beklemtoonde Paulus dus in enkele woorden vanuit verschillende gezichtspunten bezien welk hoge morele voorbeeld een gehuwde ouderling moest geven. Iedereen die naar hem keek, zou moeten beseffen dat hij een levend voorbeeld was van de verheven kijk op het huwelijk die in het ware christendom wordt aangetroffen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen