Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w81 15/6 blz. 32
  • Het bracht onze familie een geestelijke herleving

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het bracht onze familie een geestelijke herleving
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het voorziet in een behoefte!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Zij brengen het geleerde in praktijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Gods waarheid herkende zij snel
    Ontwaakt! 1971
  • Mensen vinden die hongeren en dorsten naar waarheid
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
w81 15/6 blz. 32

Het bracht onze familie een geestelijke herleving

In september 1979 schreef een 28-jarige vrouw hoe de recente publikatie „Mijn boek met bijbelverhalen” ervoor verantwoordelijk is geweest dat het grootste deel van haar familie een geestelijke herleving heeft ervaren. Haar relaas luidde:

„In 1963 maakte ons gezin kennis met de waarheid over Jehovah’s koninkrijk door twee Getuigen die van huis tot huis gingen. Binnen drie jaar hadden wij allemaal — mijn vader, moeder en wij, vijf kinderen — ons leven aan Jehovah opgedragen en ons laten dopen.

Maar omstreeks 1970 stopten alle leden van ons gezin met het bezoeken van de christelijke vergaderingen — allen behalve ik. Dit deed mij bijzonder veel verdriet, daar ik niet kon begrijpen waarom zij gestopt waren. Niemand vertelde me wat de reden was. Ze zeiden alleen maar dat ze niet meer wilden gaan. Ik vroeg hun of zij nog steeds overtuigd waren dat dit de waarheid was, en ze zeiden: ’Ja, dat is het zeer zeker.’

Wel, dit bracht me nog meer van mijn stuk omdat ik gewoon niet kon begrijpen hoe zij konden geloven dat het de waarheid was, zonder dat dit hen ertoe bewoog Jehovah ook maar in enig opzicht te dienen. In 1973 onderging mijn vader tweemaal een open-hartoperatie en toch weigerde hij op grond van Gods wet een bloedtransfusie (Lev. 17:12-14; Hand. 15:28, 29). Bovendien werd mijn moeder enkele malen aan haar ruggegraat geopereerd en weigerde om dezelfde reden bloed. Toch bleven zij nog steeds weigeren om met de gemeente van Jehovah’s Getuigen verbonden te zijn.

In 1975 werd ik ziek. Verscheidene artsen zeiden me dat ik nog hooguit twee jaar te leven zou hebben. Ik ben dankbaar dat ik langer geleefd heb. Kort voordat ik ziek werd, trouwde mijn oudste broer met een oprecht lid van de Church of Christ. Mijn broer probeerde haar getuigenis te geven over de bijbelse leerstellingen waarin hij nog steeds geloofde, maar waar hij niets meer aan gedaan had. Zij gaf hem echter steeds duidelijk te verstaan niets over deze dingen te willen horen.

In 1978 had ik het geweldige voorrecht het ’Zegevierend geloof’-congres in New Orleans te mogen bezoeken. Met de hulp van twee liefdevolle Getuigen slaagde ik erin om ondanks mijn lichamelijke toestand te gaan. Ik was de enige van mijn familie die ging. Ik was zo gelukkig dat ik wel had willen jubelen; mijn hart liep over van waardering. Ik voelde Jehovah’s geest daar zo sterk.

Toen ’Mijn boek met bijbelverhalen’ werd vrijgegeven, vroeg een broeder of hij een aantal exemplaren voor mij zou halen omdat ik gehandicapt was. Ik zei ’Ja’. Dus ging hij 12 boeken halen, een voor elk lid van mijn familie, inclusief mijn neefjes en nichtjes.

Ik wist niet of mijn familie het wel op prijs zou stellen als ik hun er één gaf. Dus vertelde ik hun dat mijn liefde voor hen mij ertoe had gebracht hun de boeken te geven. Mijn schoonzuster die tot de Church of Christ behoorde, zei dat ze er niets op tegen had als haar dochter zo’n boek kreeg. Mijn nichtje Aubre is drie jaar en kan al een beetje lezen.

Op een dag vroeg Aubre haar moeder of zij haar mocht voorlezen. Haar moeder zei dat zij dat goed vond en dus ging de kleine Aubre haar ’Bijbelverhalen’-boek halen en begon voor te lezen. Na een poosje merkte mijn schoonzuster dat zij werkelijk belangstelling had voor wat haar dochtertje haar voorlas. Nadat ze Aubre naar bed had gebracht, ging ze ervoor zitten en las het boek van begin tot eind door.

Toen mijn broer die avond thuiskwam van zijn werk, vertelde zij hem dat alles wat zij in het boek gelezen had, waar was. ’Het is zo eenvoudig’, zei ze, ’dat ik niet begrijp hoe ik zo blind heb kunnen zijn om dat niet te zien.’ Mijn broer zei dat hij al eerder geprobeerd had haar deze dingen uit te leggen. Ze zei dat er een driejarig kind met een boek over de bijbel voor nodig was geweest om haar te laten inzien hoe alles samenhing, omdat Jehovah werkelijk een voornemen met de aarde had.

Nu, een jaar later, dienen vijf van de oorspronkelijk zeven leden van mijn familie Jehovah weer met hun hele hart, maar de neefjes en nichtjes meegeteld, zijn wij met zijn elven. Ik dank Jehovah dat hij mij de kracht heeft gegeven om te volharden en het congres te bezoeken, en voor het feit dat dit schitterende boek te rechter tijd werd vrijgegeven. Als ik nu in de dood moet slapen, zal mijn hart zich verheugen in de hoop mijn familie in de opstanding terug te zien. O, wat een vreugde bleek het ’Bijbelverhalen’-boek te schenken!”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen