Gods Woord is levend
Alleen in de kracht van Jehovah
DE HEBREEUWSE profeten waren geen mannen met een bovenmenselijke kracht, maar personen „met dezelfde gevoelens als wij” (Jak. 5:17). Toch hebben zij vaak aan hevige tegenstand van de zijde van hun eigen volk het hoofd moeten bieden. Zonder goddelijke hulp hadden zij hun opdracht eenvoudig niet ten uitvoer kunnen brengen. Zij zegevierden echter in de kracht van Jehovah. Dit wordt op dramatische wijze geïllustreerd in het geval van de profeet Jeremia.
Voor de ogen van de oudsten van zijn natie en de oudsten onder de priesters gooide Jeremia een aardewerken pottenbakkerspul kapot. Ter verklaring van deze daad zei hij: „Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: ’Evenzo zal ik dit volk en deze stad breken, zoals men het pottenbakkersvat breekt zodat het niet meer hersteld kan worden; en in Tofeth zal men begraven totdat er geen plaats meer is om te begraven’” (Jer. 19:1-11). Na Tofeth in het dal van de zoon van Hinnom verlaten te hebben, ging Jeremia naar het voorhof van de tempel om Jehovah’s oordeelsboodschap daar ten aanhoren van het gehele bijeengekomen volk bekend te maken. — Jer. 19:14, 15.
De voornaamste gemachtigde van de tempel, Pashur, trad snel tegen Jeremia op. Hij vernederde de profeet in het openbaar door hem te slaan en hem vervolgens in de poort van Benjamin in het blok te slaan. Toen Jeremia de volgende dag uit het blok werd bevrijd, maakte hij Jehovah’s oordeel tegen Pashur bekend. — Jer. 20:1-6.
Welke uitwerking hadden zulke ervaringen op Jeremia? Het ontmoedigde hem erg dat hij een voorwerp van smaad was geworden omdat hij Gods boodschap bekendmaakte. Hij wilde er het liefst mee ophouden. Maar dat lukte hem niet. Onder de aandrijvende kracht van Gods geest móest hij zich eenvoudig uiten. Het woord van Jehovah ’bleek als een brandend vuur te zijn dat opgesloten was in zijn beenderen’. Jeremia besefte dat hij er in eigen kracht nooit mee had kunnen voortgaan datgene bekend te maken wat hem zoveel persoonlijke moeilijkheden opleverde. Hij zei: „Gij hebt mij misleid, o Jehovah, zodat ik mij heb laten misleiden. Gij hebt uw sterkte tegen mij aangewend, zodat gij hebt gezegevierd” (Jer. 20:7-9). De profeet was in die zin misleid dat hij datgene tot stand kon brengen wat hij nooit in zijn eigen kracht had kunnen doen. De Allerhoogste was sterker gebleken dan Jeremia’s zwakheid.
Hoe aanmoedigend kan dit voor ons in deze tijd blijken te zijn! Ook wij krijgen misschien tegenstand en spot te verduren wanneer wij Gods boodschap zoals die in de Schrift is vervat, prediken. Maar met Gods hulp kunnen wij de opdracht die Jezus Christus aan zijn discipelen heeft gegeven, met succes ten uitvoer brengen (Matth. 28:19, 20). Onze situatie kan als die van de apostel Paulus zijn, die zei: „Wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig.” — 2 Kor. 12:10.