Een wijze spreuk
„Waar iemand is die haat bedekt, daar zijn leugenlippen, en wie een slecht bericht uitbrengt, is verstandeloos.” — Spr. 10:18.
Vaak bestaan de spreuken uit twee contrasterende gedachten waardoor nog duidelijker wordt wat juist of verstandig is. Maar Spreuken 10:18 bestaat uit twee gedeelten die gelijksoortige gedachten overdragen, waarbij het tweede deel het eerste versterkt. Samen verschaffen ze ons inzicht in Gods manier van denken en leiden ze ons op de juiste weg.
Eerst lezen wij: „Waar iemand is die haat bedekt, daar zijn leugenlippen.” Dit is een fundamentele waarheid. Als een man in zijn hart haat koestert jegens een ander, is het toch in werkelijkheid bedrog wanneer hij dat met mooie woorden of vleierij verbergt? Net als iemand die zichzelf een vals voorkomen geeft, spreken zijn lippen leugens. — Spr. 26:24.
In plaats van haat te verbergen, doen sommigen wat het tweede deel van de spreuk zegt. Zij ’brengen een slecht bericht uit’. Hun haat brengt hen tot pogingen om de gehate persoon nadeel te berokkenen door valse beschuldigingen of kleinerende opmerkingen die ten doel hebben hem in de ogen van anderen omlaag te halen. Dit is beslist „verstandeloos”. Het lasterlijke ’slechte bericht’ verandert in werkelijkheid niets aan de soort van persoon die de ander is. In plaats daarvan heeft de lasteraar eenvoudig te kennen gegeven wat voor persoon hij is; in de ogen van scherpzinnige personen daalt hij in achting vanwege zijn handelwijze. Dus in plaats van de andere persoon te schaden, schaadt de lasteraar zichzelf.
De juiste en verstandige handelwijze is beide mogelijkheden te vermijden. God zei de Israëlieten: „Gij moogt uw broeder in uw hart niet haten.” En Jezus breidde dit nog uit door de raad te geven: „Blijft uw vijanden liefhebben en blijft bidden voor hen die u vervolgen, opdat gij er blijk van moogt geven zonen te zijn van uw Vader, die in de hemelen is” (Lev. 19:17; Matth. 5:44, 45). Toegegeven, het is niet gemakkelijk een haat, die zich wellicht jegens iemand heeft ontwikkeld, met wortel en tak uit te roeien, maar is dat niet beter dan dat wij iets in onze geest laten bestaan dat tot het spreken van huichelachtige leugens of verstandeloze laster zou kunnen leiden? En wanneer wij haat uit onze geest bannen, zullen wij meer Gods beeld gaan benaderen.