Gods Woord is levend
U bent niet alleen
BENT u wel eens moedeloos geweest omdat u dacht dat niemand met u meevoelde? Vond u het moeilijk een vastberaden standpunt in te nemen voor wat u als juist beschouwde, terwijl iedereen tegen u was? Voelde u zich helemaal alleen?
De Hebreeuwse profeet Elia beleefde zo iets nadat hij getuige was geweest van een wonderbaarlijke tentoonspreiding van goddelijke macht. In antwoord op zijn gebed daalde er vuur uit de hemel neer en verteerde zijn drijfnatte offer en het altaar. Dit bewees dat Jehovah inderdaad de ware God was, terwijl Baäl daarentegen niet in staat was de smeekbede van 450 van zijn profeten te verhoren. Op bevel van Elia werden deze profeten afgeslacht. Er werd nog een gebed van hem verhoord toen een grote stortregen een einde maakte aan een langdurige droogte. — 1 Kon. 18:21-45.
Terwijl Gods geest op Elia rustte, rende hij voor Achabs wagen uit en kwam nog vóór de koning in Jizreël aan. Toen koningin Izébel hoorde wat Elia met de Baälprofeten had gedaan, zond zij het volgende woord uit: „Zo mogen de goden doen, en zo mogen zij daaraan toevoegen, indien ik morgen om deze tijd uw ziel niet gelijk zal maken aan de ziel van elk van hen!” — 1 Kon. 18:46–19:2.
Uit vrees vluchtte Elia met zijn bediende. De profeet liet hem in Berséba achter en zette zijn vlucht voort om ten slotte bij de Horeb op het schiereiland Sinaï aan te komen. Daar ging hij een grot binnen om de nacht door te brengen, en Jehovah God vroeg hem: „Wat zoekt gij hier, Elia?” Moedeloos antwoordde hij: „De zonen van Israël hebben uw verbond verlaten, uw altaren hebben zij omvergehaald en uw profeten hebben zij met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven; en nu zoeken zij mijn ziel, om die weg te nemen.” — 1 Kon. 19:3-10.
Maar stond Elia werkelijk alleen in het dienen van Jehovah? Neen. Zonder dat hij het wist, bestond er een overblijfsel van getrouwe Israëlieten. Jehovah zei tot hem: „Ik heb er zevenduizend in Israël overgelaten, alle knieën die zich niet voor Baäl hebben gebogen, en elke mond die hem niet heeft gekust” (1 Kon. 19:18). Elia was ook nog op een andere manier niet alleen. Hij had de steun van Jehovah God en zijn machtige engelen. — Vergelijk 2 Koningen 6:15-17.
Daarom doen wij er goed aan om, wanneer wij ons helemaal alleen voelen, te bedenken dat vele anderen onder soortgelijke beproevingen getrouw volharden en dat machtige geestelijke personen zorgzaam over ons waken. De bijbelse bemoediging is: „Dezelfde dingen in de vorm van lijden, [worden] in de gehele gemeenschap van uw broeders in de wereld . . . volbracht” (1 Petr. 5:9). „De engel van Jehovah legert zich rondom degenen die hem vrezen, en hij verlost hen.” — Ps. 34:7.
[Kaart op blz. 29]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
KARMEL
c. 30 km
JIZREËL
c. 130 km
BERSÉBA
c. 300 km
HOREB