’Altaar aan een onbekende God’
Toen de christelijke apostel Paulus gedurende de eerste eeuw G.T. het „goede nieuws” in Athene bekendmaakte, redetwistten Epicurische en Stoïsche filosofen met hem. Sommigen bezagen hem als „een verkondiger van vreemde godheden”. Zij grepen Paulus derhalve en leidden hem naar de Areópagus, of Marsheuvel. De apostel begon zijn meesterlijke getuigenis betreffende de ware God, Jehovah, aldaar met de woorden:
„Mannen van Athene, ik zie dat gij in alle dingen meer dan anderen aan de vrees voor de godheden overgegeven schijnt te zijn. Toen ik bijvoorbeeld rondliep en zorgvuldig uw voorwerpen van verering gadesloeg, vond ik ook een altaar met het opschrift: ’Aan een onbekende God.’ Wat gij daarom onwetend vereert, dat verkondig ik u.” — Hand. 17:16-23.
Op andere plaatsen dan Athene zijn enkele inscripties gevonden die vergelijkbaar zijn met die waarover Paulus sprak. Op het hieronder afgebeelde beschadigde altaar, dat in Pergamum is ontdekt, komt bijvoorbeeld zo’n inscriptie in het Grieks voor. Het goed bewaard gebleven altaar dat rechts is afgebeeld, werd op de Palatinus in Rome, Italië, ontdekt. Volgens de Latijnse inscriptie op dit altaar, dat uit omstreeks 100 v.G.T. dateert, werd het als „heilig voor een god of godin” beschouwd.
Bent u dicht genaderd tot de God over wie Paulus predikte? Degenen die Jehovah, de Allerhoogste God, aanbidden, kunnen op grootse huidige en toekomstige zegeningen rekenen. — Ps. 83:18.