„Het uitspansel zijner sterkte”
De psalmist verklaarde: „Looft Jah! Looft God in zijn heilige plaats. Looft hem in het uitspansel zijner sterkte” (Ps. 150:1). De „heilige plaats” is klaarblijkelijk Gods woonplaats, de hemelen. Aangezien de uitdrukking „heilige plaats” parallel met „uitspansel” wordt gebruikt, verwijst het uitspansel klaarblijkelijk naar het onzichtbare geestenrijk. Daar in de hemelen is Gods sterkte of macht duidelijk zichtbaar. Daarom zijn deze hemelen het „uitspansel zijner sterkte”. Er is alle reden voor dat wij mensen op aarde Jehovah loven, die troont in de hemel, in de „heilige plaats”, in het „uitspansel zijner sterkte”.